n Industrie en Kapitaal. WEEKBLAD VOOR VENRAY EN OMSTREKEN Vier jaar Britse bezetting Venrays Harmonie gaat feest vieren BEL BIJ BRAND 3 9 2 VENRAYS ALTAARSTUK prijkt in Belgisch Tongeren Zaterdag 19 November 1949J f No. 46 ^Zeventigste Jaargang Druk en Uitgave Firma van den Munckhof Drukkery Kantoorboekhandel Grootestraat *28 Telefoon K 4780 512 Postrekening 130652 PEEL EN MAAS Ad vertent iepry zen op aanvraag verstrekt Abonnementspry 8 per kwartaal: voor Venray fl 1.00 buiten Venray fl 1.20 uitsluitend vooruitbet. Engelsen in Duitsland Maatregelen der overwinnaars ten behoeve van een verslagen volk „Wir fahren gegen England", „Wir fliegen gegen England" en „Bomben auf England" behoorden tot de popu laire liederen in Duitsland nog niet erg lang geleden. Zy klonken door de aether voor of na extra-berichten omtrent bijzondere verrichtingen van de duikboten of van het luchtwapen, dat trachtte Engelse steden „aus- zuradieren". De melodieën dienden als muzikale illustraties by de filmrepor tages. Engeland was een van de vijanden waartegen ten scherpste, het meest ongeremd werd gefulmeerd. Gelijk in de eerste wereldoorlog heerste de wens„Gott straffe Eng land". Dit is Hoofdstuk I. Hoofdstuk II speelt na 1945. De Engelse autoriteiten hebben een boekje het licht doen zien „Britain in Germany, 1945 1949" een overzicht van de maatregelen van het Engelse bestuur tijdens de bezetting. Als inleiding is de toespraak van maarschalk Montgomery afgedrukt, die hy kort na de Duitse capitulatie tot zijn troepen en ambtenaren heeft gericht wy moeten de verslagen vijand hel pen zijn huis in orde te brengen. Dan moet hij leren zichzelf te voeden. Ook zal hy moeten betalen voor de oorlog die hij heeft veroorzaakt. Op het ogenblik kan hy niet eens voor zyn eigen onderhoud zorgen, laat staan dat hij zy'n schulden kan voldoen. Eerst moet hij op de been worden gebracht en vervolgens moet hy aan het werk worden gezet, zó, dat hy niet alleen zijn verplichtingen kan nakomen, maar op de duur ook zonder hulp kan leven. Wy zullen trachten verstandige overwinnaars te zijn. Wij waren hard in de strijd, wij zullen rechtvaardig zyn in de vrede. Dan volgt een resumé, waarin wordt herinnerd aan de desolate toestand, waarin Duitsland zich bevond; bestuur posterijen, spoorwegen, enz. lagen stil, bruggen en wegen waren vernield, honger en epidemiën hadden drei gende vormen aangenomen. De industrie werkte niet. Het mili taire bestuur moest praclische maat regelen treffen. Alle actieve nazi's moesten van hun functies worden ontheven, politiek meer betrouwbare elementen in hun plaats worden gezet. Tot overmaat van ramp bracht 1946 de hardste winter sinds mensen heugenis, een winter, die niet alleen menselijk lijden veroorzaakte maar ook productie en distributie deed vastlopen. In deze moeilijke tijd in 1945 en 1946 was Engeland alleen verantwoordelijk voor de ordelijke gang van zaken in Duitslands meest beschadigde zone. De kosten, die Engeland heeft moe ten dragen voor het herstel van Duits lands bedrijfsleven en voor het voor komen van ziekte en onrust, beliepen tot Juni van het vorig jaar 800 mil- lioen dollars. Verder zorgde Engeland zelf voor de voeding en kleding van zijn be zettingstroepen. Op het ogenblik, met name sedert de Verenigde Staten om politieke redenen de Duitsers in het Europese herstelprogramma hebben betrokken, gaat het de Duitsers vry goed. In vele gevallen leven de verliezers van gisteren beter dan de overwin naars uit Engeland. Talrijke Tommies zien er niet zo doorvoed uit als het gros van de inheemse bevolking. Vele Britse ambtenaren kunnen wat hun kleding aangaat, die de sporen van ouderdom dragen, niet wedijveren met die van de wandelaars, die 's Zaterdags en 's Zondags de Königsallee Dusseldorf of de Kur- fürstendam te Berlijn bevolken. meer had bereikt dan de Labour- regering in Engeland in de afgelopen vier jaren. Het was een ongemotiveerde aan val op de politiek van 'n vreemde regering alweer van Adenhauer kort geleden in een verkiezings vergadering in Hamburg, toen de bondskanselier (en hy constateerde daarby met nadruk, dat hy als zo danig sprak en niet als partyman) de Engelse regering verweet, dat zy moeilijkheden als gevolg van de oor log- trachtte op ce lossen op een „stijfkoppige doctrinaire en socialis tische wijze", waardoor het land steeds dieper in de afgrond viel. Wat zou dr. Adenauer als politicus zonder enige terughouding wel heb ben gezegd, vraagt men zich af. Onlangs hoofdstuk IV heeft Sir Brian Robertson, de Engelse Hoge Commissaris 2000 van zijn amb tenaren toegesprpken. Een rondvraag onder de Duitse bevolking heeft ge toond, aldus Robertson, dat de Duit sers vooral klagen.over de Engelse arrogantie. Hij gaf het advies nauwer met de Duitsers samen te werken en hen met respect te behandelen. Vriend schappelijke omgang zou zeer worden toegejuicht. En nu de Duitse commentaar daar op: eindelijk de Duitse Europeaan. Eindelijk is dat gezegd, wat bij de bespreking in 1945 al duidelijk had moet worden gemaaxt, namelijk dat men in een Europees land kwam, zy het dan ook een overwonnen land. De in het buitenland verkerende Engelsman is toch al gesloten en van een enigszins gesloten koelheid: voelt hy zich evenwel als vertegen woordiger van de Engelse koloniale mogendheid, dan denkt hy door een onoverbrugbare kloof van de inlan ders te zyn gescheiden. Het zy buiten beschouwing gelaten of Engeland door deze houding niet reeds vele vijanden heeft geschapen, zeker is in ieder geval, dat in Duits land zulk een „koloniale houding" zich ontzettend zou wreken. De vraag is echter, of niet reeds te veel porcelein is stuk geslagen en of een menselijke geste als van Robertson de Engelse demonterings- politiek kan doen vergeten. Of niet veeleer deze politiek tot een innerlijk verzet jegens de bezet tende mogendheid heeft geleid, die ook in de persoonlijke omgang tussen deze en de inheemse bevolking zyn uitdrukking heeft gevonden. Dankbaarheid niet verwacht Men schijnt dit is Hoofdstuk III van een volk in zyn geheel niet te kunnen verwachten, dat het met dankbaarheid is vervuld over hetgeen de overwinnaar in de periode van de diepste ineenstorting heeft gemeend te moeten verrichten en voor do offt die hij zich heeft getroost. Integen deel, men hecht veeleer geloof aan geruchten. Men gelooft veeleer verhalen om trent wat de bezetter allemaal zonder afrekening zou exporteren en wat hii onderneemt om het land economisch te knechten. Hoe gaarne heeft men geluisterd naar de verhalen van mensen, die met „eigen oren" hebben gezien, dat Engelse schepen met Duitse boterde haven van "Hamburg verlieten. Wat men echter wel mag verlangen, is, dat de Duitse politici en voor lichters meewerken. Dat dr. Adenauers sympathieën niet aan de zijde van Engeland liggen, is bekend. Het was echter een politieke mis stap, toen hij in zyn eerste rede als hondskanselier in de regeringsver klaring de grote tactloosheid beging alleen de Verenigde Staten voor hun hulp te bedanken en Engeland niet te noemen. Het was een misplaatste uiting van domme zelfingenomenheid en zelfoverschatting van Erhard, de mi nister van economische zaken, toen hij verklaarde, dat Duitsland door zyn economische politiek in één jaar Wie over industrievestiging in onze gemeente spreekt, krygt nog al eens een keer te horen, dat er uit Venray zelf zo weinig initiatief komt, terwijl er hier voor verschil lende handwerklieden toch mogelijk heid tot uitbreiding is en ook een toekomst zit. Gewoonlijk worden dan nog de sterke verhalen verteld over hbt ont staan van de Philipsfabrieken en de van Doom's Aanhangwagenfabrieken te Eindhoven, die beide zijn gegrond vest door doodgewone werkmensen- afstammelingen van arbeidersgezin, nen. Dat klinkt dan wel zeer optimis tisch, maar door dezelfde sprekers Als men de geschiedenis van eën Philips en van een van Doorn hoort, dan treft 't altijd weer, dat zy zyn kunnen beginnen, doordat de een of andere „zo gek was" om zijn centen te wagen aan het initiatief en de durf van enkele jonge mannen, die slechts konden wijzen op vakmanschap en een paar knuisten om mee te werken. Zo is practisch met iedere industrie gegaan, groot of klein, want het zijn er slechts enkele, die bij hun oprich ting reeds direct volop kunnen leveren en grote winsten kunnen maken. Bovendien heeft de ervaring wel De gemeente heeft nu reeds tamelijk strenge voorschriften in deze en dus zal het particuliere kapitaal moeten bijspringen. Zien wy het goed, dan zal in die plaatsen, waar het particuliere kapi taal, om wat voor reden ook, gemak kelijk te kry'gen, ook de meeste nieuwe industrie komen, terwijl andere daarentegen niet veel kans krijgen. Dit aspect is een nadere bestu dering waard, speciaal voor onze ge meente, waar het particuliere kapitaal nog steeds de oude vertrouwde weg gaat. Moed, durf en initiatief zal zeker gevraagd worden van onze vaklui, maar ook moed en durf van -hen, die over geld beschikken. Voorop gesteld natuurlijk, dat zy geleerd, dat het allemaal geen goud i de bittere noodzaak inzien van een is wat er blinkt en wyls een droeve dat velen dik- geleerd, waar- aai een nieuwe maa> tschappii wordt er dan niet by verteld, hoevelen door men wel voor herhaling past. in den lande eon poging gewaagd - En toch, wil men tot industrie hebben, om ondanks hard werken, vestiging komen, dan zal er nood zakelijk kapitaal moeten komen, ook in onze gemeente. Kapitaal dat niet Overal wordt met grote woorden geschermd, maar de daden laten op zich wachten. En toch moeten wy naar eem nieuwe, een betere maat schappij, naar een maatschappij, die het communisme overbodig maakt, omdat zy gegrondvest is op de recht vaardigheid en de naastenliefde, om dat zy bezield is met een diep en oprecht medelijden met de armen en de noodlijdenden, omdat zy allen zonder onderscheid een dienende rol toekent en oplegt: de dienst aan de gemeenschap. Er zyn altijd blinden, die niet wil len zien en doven, die niet willen horen. Er zijn altijd eenkennigen, die alle schuld en iedere verantwoording van zich afschuiven. Er zyn altijd roekelozen, die in hun onnadenkend heid beweren, dat Let hun tijd nog wel zal duren, dat het zo'n vaart niet zal lopen. Er zyn altijd dwazen, die op d6 vulkaan blijven dansen, al dreigt de aarde iedere minuut voor hun voeten open te splijten. Als de stormwind voortdurend in kracht en snelheid toeneemt, moeten alle hens aan dek, wacht iedereen zijn eigen werk, zyn eigen taak. Als allen de handen in elkaar slaan, groeit het vertrouwen op de over winning. Steen voor steen moet het nieuwe huis van de mensheid opgebouwd worden van de fundamenten af tot de vlag op de nok geplant kan wor den. De kleinste bijdrage, de onhan digste opperman is goud waard. Niemand kan gemist worden: het hoofd niet, de handen niet, het hart niet. Wat zou het een enorme verbeter ing zijn, als alle fabrikanten hun arbeiders als gelijkwaardige en ge lijkberechtigde mensen gingen be schouwen, als hun gelyke voor God en de Kerk, als ze niet langer op hen neerzagen als op wezens van mindere kwaliteit, loonslaven, huur lingen, maar hen volmondig en over tuigd erkenden als hun beste en trouwste medewerkers. De gunstige resultaten van d nieuwe mentaliteit zouden werkelijk verrassend zjjn. De fabrikant zou een heel andere toon aanslaan tegenover ploeteren en zorgen, toch over de kop te gaan. Trouwens, de feiten bewijzen, dat ook in Yenray nog durf en initiatief genoeg zit om de grote sprong te maken van allemanszaak tot klein- industrie 1 Wat zyn dan echter veelal de oor zaken, dat vele zaken niet verder vooruit komen en zich niet verder uitbreiden, niet alleen in onze ge meente, maar ook overal elders Wy voor ons menen sleur en kapitaal gebrek. Het oude spreekwoord „beter kleine baas, als grote knecht", is voor velen een welkome aanleiding om nog maar steeds op de oude voet door te gaan en zich te houden aan het bekende, aan het vertrouwde, aan de zekerheid die men reeds jaren kent en heeft. En de nood moet dikwijls al hoog gestegen zyn voordat men eens gaat uitzien naar andere mogelijkheden. In zekere zin hebben zij, die zo redeneren, gelijk, dit is immers de gemakkelijkste weg. Men weet wat men heeft en waarom dan dat in de waagschaal gaan stellen? Maar toch zal men en juist dikwijls de jeugd het er lang niet altijd mee eens kunnen zijn. Avonturenlust, durf, moed en hard werken, hebben ontelbare voorbeelden doen zien van grootse daden en van grootse ondernemingen. Werelddelen zijn er door ontdekt, steden door geschapen. Daarvoor is naast die durf nog nodig: crediet, de nodige centen, zonder welke de aarde nu schijnbaar niet draaien kan. Zo kan men prachtige toekomst plannen hebben, kunnen er inderdaad nog vele mogelijkheden liggen, wan neer de ondernemer het geld niet heeft en krijgen kan, dan zal alles vergeefse moeite zijn. Ook door en misschien wel voornamelijk door deze reden blijven vele initiatieven be graven en komen niet tot leven. Zeker, men heeft banken, die geld voorschieten, maar voor velen zijn de hoge kosten daaraan verbonden te groot. En de particuliere geldschieter vindt het veiliger, zyn met hard werken verdiende centen, in vaste eigendommen, stevige hypotheken of goede effecten te zetten. Het zyn er weinigen, die hun centen durven steken in een nieuwe industrie, die nog niet alle waarborgen geven kan, die men elders vinden kan. Dat, is niet alleen in Yenray, maar in alle andere plaatsen van ons land, waar het gehele kapitaal voor het overgrote deel bestaat uit met hard werken en een beetje geluk verdiende centen. altijd door de banken geboden of van de banken gevraagd kan worden. En wat dan.... bredere industrieregeling van deze streken. Bovendien zal het uit deze streken gewonnen geld nieuwe wel vaart ter plaatse kunnen brengen. Ook hieraan zal de nieuwe raads commissie zeker aandacht besteden, maar of zy een oplossing vinden zal, is een vraag, waaraan wy twijfelen nu het geld weer zeldzamer gaat worden. Oude leden worden gehuldigd Venrays Harmonie heeft het de afgelopen jaren niet gemakkelijk ge had. Door oorlogsgeweld waren zij een goed deel van hun instrumenten Immers het is Dr. Sala's stokpaardje dat de Venrayse Gemeenschap meer daadwerkelijke belangstelling moet tonen voor het werk der muziek- kwijt, terwijl het vele andere werk1 zanggezelschappen. Morele steun door zyn arbeiders; hy zou ook tegen hen de burgerlijke beleefdheid in acht nemen, meer eerbeid hebben voor hen individuele persoonlijkheid, meer waardering tonen voor hun werk en hen zonder innerlijke tegenzin een redelyk en billijk loon uitkeren. In één woord: hij zou hen alle menselijke en sociale rechten toe kennen, die logisch uit hun staat van medewerker voortvloeien. Menige ondernemer is van mening, dat hy zijn arbeiders alleen de baas kan bly'ven met behulp van de harde hand en de snauwende mond en ziet in gemoedelijkheid en vertrouwelijk heid de ondergang van zyn bedrijf. Het zou in ieder geval de moeite lonen eens een proef te nemen, die telkens opnieuw deze oude waarheid zou bevestigen, dat de productie van een bedrijf volgt de stijgende of dalende lyn van de behandeling, die de arbeiders ondergaan: hoe beter behandeling, hoe accurater werk. Deze verbetering zou nog heel wat duurzamer en vruchtbaarder zyn, als de fabrikant zyn opgroeiende kin deren van jongsaf eerbied en achting inprenten voor degenen, die met hun zweet de rijkste bijdrage geleverd hebben by de opbouw van het fami lievermogen. Dergelijke voorlichting is onmis baar, daar de jeugd uit de villawijken van zulk steile hoogte op de arbei ders neerziet, dat de sociale span ningen en tegenstellingen in een volgende generatie eerder versterkt dan verzwakt zullen zijn. Deze nieuwe jeunesse doré vergeet dat. de arbeidersjeugd er diep van overtuigd is, minstens 'even gezond stel hersens te bezitten dan de zwie rige heertjes van de tennisbaan en hockeyveld. P. H. RONGEN, O.C.R. de opbouw en het herstel van Ven rays Harmonie tegenhield en verhin derde. Hierover zijn dikwijls harde woorden gevallen, ook in het open baar, maar het is nu eenmaal zo, dat een harmonie of fanfare in welke plaats men ook komt, automatisch in het middelpunt der belangstelling staat. Deze vereniging immers geeft fleur en kleur aan het dagelijkse leven, is een der voornaamste repre sentanten der gemeente en kan node gemist worden by welke openbare gebeurtenis dan ook. Juist bjj zulke verenigingen ziet men niets door de vingers. Er is echter een gelukkige kentering geko men en langzaam maar zeker gaat Venrays Harmonie de zware weg weer naar omhoog, naar de top, waarop zy vroeger zo dikwijls stond. Als zy in 1950 haar 90 jaar bestaan viert, dan zal ook zy, naar wy hopen, schoner en mooier als voorheen, ver rezen zyn. En het feest van Zaterdag alvast een vooruitlopen op dit grootse jubileum, want Zaterdag by eid van het 25-jarig Presi dentschap van Dr. Sala gaat men de bloemetjes weer eens buiten zetten en met hem al die leden huldigen, die meer dan 30 jaren lief en leed van de vereniging hebben meege maakt. Jos. Ariaens herdenkt dan tevens de dag dat hy meer dan een mensen leeftijd lang, nl. 70 jaren lid is van Venrays Harmonie. Piet Siebers 47, Hub. Lucassen 35, Frans v. Bergen en Alfons Sybers Kz. 33, Th. v. Els 31, en Piet Janssen 27 jaren. Ontstaan Geen van hen heeft het ontaan van Venrays Harmonie in i860 mee gemaakt," toen de Fanfare Euterpe werd opgericht, maar de rest van de geschiedenis der Harmonie kennen zy uit eigen ervaring. In 1911 voegde Euterpe en Cecilia zich samen en verscheen onder de nieuwe naam van Venrays Fanfarekorps, een naam die in 1934 veranderde in Venrays Har monie, toen de lang verwachte reor ganisatie in de vereniging was gekomen. Zy hebben de successen meege maakt in Weert waar in 1923 de Ereprijs werd behaald in de 2e Afd. In 1924 te Venlo waar de ie prijs in de ie Afd. werd gewonnen en verder het grote succes in Zetten met de ie prijs in de afd. Uitmuntendheid met lof der Jury en twee ie prijzen voor het hoogst aantal punten. Na omvorming tot harmonie werd de 2e prys in de ie afd. te Tilburg behaald terwijl in 1948 te Roermond de 2e prijs in de 2e afd. opleverde. Zy hebben een Mgr. Nolens als Erevoorzitter gehad, een Jan Poels als Beschermheer, kortom zy hebben het gehele verenigingsleven der laat ste dertig jaren meegemaakt, zy hebben de up en downs gekend, die zy meer nog dan iedere andere ver eniging, nu eenmaal ondervind. Zy hebben echter ook gekend Dr. Sala, 25 jaren President Als opvolger van zyn voorgangers Vic. Fonck Sr., Th. v.d. Boogaart en Tos. Aerts werd Dr. Sala in 1924 tegelijk met Dr. Struben gekozen als President der Fanfare. Na het ver trek van Dr. Struben in 1928 kreeg hy alleen de leiding en heeft deze tot nu toe, 25 jaren lang bewaard en behouden Zo zal dan Dr. Sala, die zo vele in de bloemen gezet heeft bij serenades en andere plechtigheden, nu zelf eens in de bloemetjes komen en Venray zal tonen dat het zyn aan sporingen van lange jaren ook met terdaad kan omzetten. het aandachtig beluisteren der muziek, maar ook financiële steun. Want het gaat met een muziekgezelschap als met ieder andere zaak, de muzikan ten kunnen niet op hun vingers blazen. En dit is waar, Dr. Sala zal dat zeker ondervonden hebben in zyn 25 jaren President zyn. Zo zal dan Zaterdag op de receptie ook het Venrayse publiek ongetwijfeld blijk geven van de waardering voor het vele en schone werk van onze Har monie, en het is terecht dat Venrays Harmonie, die klaar staat voor de gemeenschap in blijde en droeve dagen, dezelfde geste nu vraagt van die Gemeenschap. Ook onze gelukwensen aan de jubilarissen en een prettige feestdag voor de Harmonie. GROETEN UIT HILVERSUM. Klanken en stemmen van bekende radiofiguren dringen dagelijks door tot in de huiskamer. Menig luisteraar zou echter ook wel eens „in levenden lyve" met zyn „radio-huisgenoten" kennis maken. De K.R.O. komt aan dit verlangen tegemoet met haar nieuwe winter-tournée: „Groeten uit Hilversum". Onder dit motto worden U een serie prentbriefkaarten gezonden door bekende K.R.O. medewerkers. De namen van deze afzenders staan borg voor een keurig verzorgd en smaak vol amusements-programma. Het „Orkest Zonder Naam", o.l.v. Ger de Roos, met medewerking van „De Drie Musketiers", zal U, bijge staan door het trio Roland Wagter, Toby Rix en Dick Harris, een geheel nieuw programma presenteren. Woensdag 30 November a.s. wordt Venray onder deze stapel K.R.O.- prentbriefkaarten bedolven. Heeft U reeds eerder van de K.R.O. wintertournée's genoten, dan komtü dit jaar zeker weer 1 Heeft U nog nooit zo'n avond meegemaakt, benut dan deze keer de kans om ook op deze wyze kennis te maken met Uw K.R.O. POLLY PERKINS VEROVERT ALLER HARTEN. Het is tegenwoordig voor iedereen moeilijk, een keuze te maken, wan neer het erom gaat, welke uitvoerin gen te Venray men zal bezoeken en van welke uitvoeringen men ook plezier zal beleven. Als men echter de gelegenheid krygt de liefdesgeschiedenis van Pol ly Perkins mede te beleven en dit kind-vrouwtje haar eigen affaire tot een goed einde ziet brengen, dan zal toch wel geen enkele man dit willen verzuimen; temeer nu hij door een bezoek aan Polly tevens Venray's Harmonie een ruggesteuntje geeft. Wie uitbundig wil lachen, een hoogstaand spel wil zien en de eigen onmisbare harmonie een goed hart toedraagt, brenge een bezoek, aan Polly Perkins op Zondag 27 Novem ber a.s. in Zaal Schaeffers. In hot illustratieblad „Zuid" van afgelopen week troffen wy onder bovenstaande titel enkele foto's aan van een schitterend Maria-altaar. De oudsten onder ons zullen de verschillende bijzonderheden van het daarby geschreven artikel, wat wy hier laten volgen, wel eens meer ge hoord hebben. Wy waren niet'in de 'gelegenheid te onderzoeken of alles op waarheid berust maar laten het geheel voor rekening van de schrijver. De redactie van „Zuid", danken wy voor de bereidwillige toestemming om onderstaand artikel in ons blad over te nemen. Het spijt ons slechts, dat wy door verschil in druktechniek de bijbe horende foto's van het altaar niet konden plaatsen. In de O. L. Vrouwe Basiliek van het oude Belgische stadje Tongeren, bevindt zich een der schoonste altaar stukken van West-Europa. Het dateert uit het begin van 1500 en werd vervaardigd door een on bekende meester uit Antwerpen, die lid was van het beroemde St. Lueas- gilde aldaar. Dit altaar-stuk of retabel is van eikenhout. 4.70 meter hoog en 3.20 meter breed en het stelt in negen grote taferelen en nog een dozijn kleinere het leven voor van de H. Maagd. Dit zyn heel in het kort de technische gegevens. De artistieke waarde van het retabel kan moeilijk overdreven worden. Het beeldhouwwerk is inderdaad van een adembenemende schoonheid. De drie hoofdtaferelen stellen voor de verloving van de H. Maagd met de H. Joseph, de geboorte van Jezus in de stal te Bethlehem en de aan bidding van de Drie koningen. Hier onder ziet men de boodschap van de engel Gabriël en het bezoek van de H. Maagd aan haar nicht Elisabeth, de besnijdenis van Christus en een huiselijk tafereeltje uit Nazareth. Het hoogste tafereel in het midden van het altaar stelt de dood voor van de H. Maagd en haar glorierijke ten hemel opneming. Al deze grote taferelen worden om geven door een menigte kleinere voor vallen uit het leven van de H. Maagd en een weelde van gotische orna menten. Ieder figuurtje, ieder onder deeltje is door de kunstenaar uitge werkt met een zorg en nauwkeurig heid, met een liefde en een kunste naarsschap, die wel haast volmaakt genoemd kunnen worden. De gelaats expressie van alle personen, die hier worden uitgebeeld, en dat zyn er enkele honderden beantwoordt zo volkomen aan de omstandigheden, waarin zy worden voorgesteld, dat het niet anders kan, of de maker moet van het leven van de H. Maagd een zeer diepe studie hebben gemaakt. Over de ontzaggelijke waarde van dit cultuur-bezit is wel iedereen het eens. Het is natuurlijk volkomen dwaasheid het begrip geld hieraan te verbinden, om de eenvoudige reden, dat dit retabel geen handels-object is, doch wil men absoluut het geld als maatstaf nemen voor de belangrijk heid van een voorwerp, dan mag gerust verklaard worden, dat dit altaarstuk in Tongeren de waarde vertegenwoordigt van ettelijke hon derdduizenden guldens. Het is nog eerst ruim honderd jaar geleden, dat dit onvergetelijk schone altaarstuk prijkte in de kerk van St. Petrus Banden te Yenray. Ongeveer drie eeuwen lang had het hier gestaan aan de Evangelie-zyde, niet als hoofd-altaar, doch slechts als zy^altaar. Het stof en de spinne- webben van vele eeuwen hadden er zich in vastgezet en hier en daar waren sommige figuurtjes door on liefdevolle behandeling enigszins be schadigd. Op een goede dag in het jaar 1830 betrad een zekere Francois Malfait, een beeldhouwer uit Brussel, de kerk te Venray en hy bleef lange tijd in diepe bewondering voor het altaar stuk staan. Hier trof hem de pastoor van Venray, die een praatje maakte met de deftige bezoeker. Zo langs zyn neus weg informeerde Mr. Malfait, of de pastoor dit altaar niet wilde verkopen. Zyn vriend Z.K. Hoogheid Prins Soltikoff, die in Pary's woonde, een neef van Z. Majesteit de Czaar aller Russen, verzamelde nu eenmaal deze dingen en had hem uit gestuurd om eens naar de prys te vragen. Veel was het natuurlijk niet meer waard... Mynheer Pastoor moest het maar eens door een taxateur, die verstand had van deze dingen, laten schatten en dan zou hy, Mr. Francois Malfait, over enkele weken nog eens komen horen, omdat hy hier toch voorbijkwam. De pastoor van Venray, die een zeer goed priester en een zeer ijveiig zielenherder was, maar een ongelofelijk slechte kunstkenner, was door het aanbod van de Russische Prins zeer vereerd, hoewel hij niet begreep, dat iemand aan deze „poppenkast", zoals hy het altaar noemde, zoveel waarde kon hechten.

Peel en Maas | 1949 | | pagina 1