TWEEDE BLAD VAN PEEL EN MAAS """"AKKEHTJB Veel te dure werk paarden. Voor Boeren en Tuinders. Binnenland. Provinciaal Nieuws. Zaterdag 14 Juni 1941 Twee en Zestigste Jaargang No 24 Op 15 April 1941 is het zg. Paar- denbesluit 1941 in werking getreden. In hoofdzaak houdt dit besluit in de vaststelling van maximum prijzen voor verschillende categorieën werk- paarden (gebruikspaarden). Niemand kan ontkennen dat de economische omstandigheden dit In grijpend besluit helaas noodzakelijk maken. De uitvoering van het be sluit is als volgt geregeld: Elke provincie krflgt eenige taxatie mark ten of taxatie-monsterplaatsen waar eenmaal per maand gelegenheid za zijn de bovengenoemde categorie van piarden die verkocht *uH<m ™>rd«>. te taxeeren voor een In Limburg werden dere markteh gehouden ln Roermond en Weert. Taxatlemarkten a|)n nog Venray, Venlo, Valkenburg en Sittard. Deze taxatie geschiedt door een provin ciale commissie van 3 personen: dierenarts, voorzitter; daarnaast een landbouwer en een paardenhandelaar. Voor deze commissie worden na uit voerige Inlichtingen de beste men- schen aangewezen. Mr. P. A. van Driest te Amers foort, majoorpaardenarts b\j den Opbouwdlenst schreef hierover in het Algemeen Handelsblad: „Het wordt hoog tijd, dat voor den verkoop van werkpaarden maximumprijzen wor den vastgesteld. Immers, dat nu voor oude knollen, die nog juist kunnen trekken f 1000 betaald wordt en voor goedo werkpaarden t 2000 en meer, is uit een economisch oogpunt fataal. Dergelijke prijzen drukken abnor maal op landbouw- en transport bedrijven en hebben onvermijdelijk het gevolg dat speciaal de land- bouwproductlekosten omhoog worden gejaagd. Noodzakelijk zal dan zijn, dat voor alle 2 a 3 plattelands gemeenten crisis - taxatiecommissies worden benoemd van 1 tot 3 leden, die volgens een op te stellen schema b\j eiken verkoop den maximumprijs bepalen. Deze schema's dienen de paarden te verdoelen naar leeftijd, ras en qualitelt; voor elke categorie moet dan een maximum-prijs worden vastgesteld. Dit houdt in, dat voor eiken ver koop boven f 400 toestemming moet worden verkregen en tevens dient dao voor den handel een vaste winst marge worden vastgesteld. Naast deze crisis-commissies dient een provinciale commissie te bestaaD, die het recht moet hebben, om in - bijzondere gevallen van het schema af te wijken. Tenslotte is noodig 'n centraal crlslsórgaan, in het centrum van het land, dat leiding geeft ln deze zeer moeilijke en omvangrijke taak. Nu het landbouwwerk reeds in vollen gang ls, eischt een en ander den meest mogeljjken spoed Steeds wat nieuws. Hoewel men voorheen ook gewoon lakte aan mededeelingen over nieu wigheden, die telkens weer met vrij roote overtuiging aangeprezen wer en en door sommigen met meer of xninder succes werden toegepast, toch is het zeer natuurlijk, dat in dezen tijd, nu we onder minder gun stige omstandigheden ons bedrijf moeten uitoefenen, onze aandacht meer dan vroeger getrokken wordt door nieuwigheden van minder of meer recenten datum. Zoo ls bijv. van geen recenteD FEUILLETON. Misdaad en recht rond de Piasmolen. Op eens hooren wij dat er een groot feest gevierd zou worden 'op het kas- teel. Ik heb vergeten te zeggen, dat later toch de baronszoon op had gemoeten, maar hij was maar even over de grens getrokken, en had nooit den vijand ge zien en het vuur nog minder. De menschen zeiden, dat ze hem ergens hadden verborgen gehouden. Er was feest op het kasteel, omdat hij terugkwam. Maar onze Hendrik kwam niet. In de omliggende plaatsen kwamen er ook enkelen weer. De meesten slapen echter den eeu wigen slaap, en het koude ijs is hun bed, en de sneeuw hun donzen sprei. Wij wisten niet wat te denken. Mijn vrouw was afgemagerd tot een geraamte. Men verwonderde zich dat ze het leven behield. Ach! een restje, een laatste spran keitje hoop leefde nog in haar. Dat was haar leven. Zij dacht nog steeds haar kind weer te zien. Dat hoopte ik ook. Een moeder hoopt altijd, en hopen is leven, daarom leefde zij nog. Zij leefde van de hoop. Maanden waren er verloopen, toen op eens, het was tegen den avond en een Zaterdag, en ook in den zomer, wij hadden later moeten werken dan ge woonlijk op den molen, en wij zaten voor ons huls in stilte neer. En alsof dezelfde gedachten ons bei datum de verbouw van brouwgerst. Het heette lange Jaren, dat ln ons land geen brouwgerst verbouwd kon worden. Maar wijlen prof. Broekema dacht er anders over en meerderen met hem, zoodat er een comité voor verbouw van brouwgerst werd op gericht. En door dit comité ls kort geleden in de korenbeurs te Rotter dam een tentoonstelling gehouden van monsters van in ons land ver bouwde gerst, geschikt voor bier brouwerijen. Het succes van deze tentoonstelling was groot. Het ls gebleken, dat er wel degelijk brouw gerst ln ons land verbouwd kan wor den. En heel goede ook. Dat er boekweit ln ons land ver bouwd kan worden, behoeft geen betoog en daar ls geen afzonderlijk comité voor noodig. In vroeger tijd toch werd er veel boekweit ln ons land verbouwd. Verschillende oorza ken waren er, die Jde teelt sterk deden verminderen. En ziedaar, nog maar kort geleden zagen we weer een lans breken voor de teelt van dit aloude gewas. Of de aansporing suc ces zal hebben betwijfelen we. Men zal over het algemeen liever zekerder gewassen verbouwen in plaats van boekweit, dat „wel eens" maar niet altjjd een goede opbrengst geeft, Sommigen kunnen er echter nog goed mee overweg. Als nummer drie noemen we de teelt van zonnebloemen als stoppel gewas. Ook dit zagen we dezer dagen aangeprezen. Het moet een goed groenvoedergewas zjjD, dat de koeien echter eerst moeten leeren eten, om dat ze door de vrij sterke beharing van de plant, er eerst afblgveD, Na eenige dagen eten ze het graag, zegt men en het vetgehalte van de melk wordt er zeer gunstig door beïnvloed. Men moet vóór het begin van den bloei oogsten, omdat de stengels dan nog niet houtig zijn. Men kan eind Juli of begin Augustus nog zaaien. Ook minder voedselrijke zandgron den geven eeD goede oogst. Men zaait op afstanden van 50 cm. in Juni. Als men ln Juli nog zaait dan Deemt men 40 cm. afstand en begin Augus tus 30 cm. Misschien wil iemand het eens probeeren. Van weck tot week in den tuin. Bjj regenachtig weer beginnen we met het zetten van de koolplanten. Voor de pasbeginnenden moeten we hier vermelden, dat de koolteelt in tuinen, die nog al veel beschut liggen, niet gelukt. Beter gaat dat in het vrije veld. Bovendien moet de grond vochthoudend en voedzaam zjjn, in 't bijzonder voor bloemkool. Die vraagt den besten grond, die goed vochthoudend moet zijn. Dat ls nood zakelijk, omdat de groei van de bloemkool nooit stil mag staan. Op droog land is dat ln droge tijden nog al eens 't geval. De plant afstand voor kool is 60—70 c.m. Soms mag zelfs nog iets ruimer genomen wor den. Dat hangt af van de soort die we telen en van de kwaliteit van den grond. Zet de planten even diep, als ze op het plantbedje gestaan hebben en trap ze goed vast. Geef kool geen versche stalmest, gier of beer. Deze meststoffen lokken te veel schadelijke insecten, die zeer op het malsche koolgewas belust zjjn. We denken hier op de eerste plaats aan de Jarven van de kool- vlieg, die zich in den stengel van de koolplant vreet, precies aan de op pervlakte van den grond. Ter be strijding heeft men al van alles bedacht. We noemen hier het aan brengen van koolkragen, die van een stukje asphaltpapler gemaakt zjjn. Leg deze kragen direct bij het zetten aan. Een ander middel Is het reeds vroeger genoemde mengsel van 5 pet. carbolineum op kalkmergel. Dit mengsel wordt In een trechtertje rond den stengel aangebracht. Het trechtertje moet een doorsnee heb ben van 5 c.m. Men kan de koolplan ten voor het zetten doopen in een den bezig hield, verzuchtten wij te za- men halfluid: Hendrik." Mijn vrou.w echter hield de oogen onafgebroken naar den rechterkant van den weg gevestigd. Scherper en scherper worden die blikken. Het schenen wel dolken te zijn. Ik tuurde ook in die richting. De weg die langs ons buis voorbij voerde, sneed schuin aan den molen rechts afwijkend door het dal, volgde dan boven een tijdlang den rand der vallei, om later weer het hooger gele gen veld dwars door te gaan. Langs den randweg zag ik mijn oogen hadden veel geleden in dat jaar een gestalte langzaam voortgaan. Zij toekende zich scherp af tegen den rooskleurig verlichten, helderen hemel. Het was lang na zonsonder gang. Wie was dat Daar daalt hij in den hollen weg en verdween voor onze blikken. Waarom volgden onze blikken zoo starend die gestalte? Wat deed onze harten hoorbaar kloppen Daar kwam de verschijning door het houtgewas, maar onder in het Lissedal was het duister en het onderscheiden moeilijk. Een handwerker, die naar werk zoekt, sprak ik. Zij antwoordde niet. Aan de molen voorbij, kwam de man op ons af. Ging hij dan naar het dorp Maar hij was dan toch zoo onbekend voor ons en alle bewoners waren voor ons zoo goede kennissen. Arme manl Hij schijnt maar één arm te hebben, wat fladderde die mouw, bij hompelt ook, ach 1 een houten been ook nog en een witten doek over oog en wang gebonden. Vreeselijk 1 Maar ik meende, dat ik verstijfde van schrik met een kreet, die niets menschelijbs meer had, was m'n vrouw oplossing van sublimaat of Uspuiun. Ik heb het zelf geprobeerd met een sterke oplossing van loodarsenaat in water, die Ik bij de koolplanten giet. Loodarsenaat lost eigen niet op. Men moet dus zorgen dat het door schud den of roeren zwevend blijft. Giet dit middel niet op de planten. Kool wordt ook vaak aangetast door bladluizen. Die bestrijden we het eenvoudigst met een oplossing van 0.1 pet. nicotine in water, dat echter voorzichtig verspoten moet worden, omdat het bijtend werkt op de huid en ook giftig ls, echter alleen tijdens het spulten. Op kalkarme gronden heeft de kool last van knolvoet. De wortel krjjgt den vorm van een groote wrat. De grootste fouten, die bij de kool teelt gemaakt worden zijD: te vroeg planten, en te late grondbewerking. Hoe vroeger we ons koolveld spitten of ploegen, hoe minder last de kool van allerlei ziekten zal hebben. Naast voldoende kali en stikstof geven we ons koolveld kalk en wat fosforzuur. Stikstof geven we ln meerdere keeren. Teltcens kleine hoe veelheden. Kalksalpeter ls als stik- stofmest het best te gebruiken. Geef die zoo mogelijk iedere maand een keer. De ondervinding heeft mij ge leerd, dat een dikwijls terugkeerende bemesting met stikstof elk gewas ten goede komt, tenminste elk groentegewas. Boonen en aardappelen moet men er niet teveel van geven. Ook erwten die men droog wil oogsten, krijgen weinig stikstof. 'n Bloementuintje* Vroeger was het iets zeldzaams om bij een boerderij een aardig bloemtuintje te zien. De laatste jaren is daar heel wat verandering In gekomen. Heel aardige bloemrijke tuintjes heb ik gezien, die toonen, dat ook daarvoor ambitie begint te komen. De een heeft een tuintje van overblijvende planten met een enkele zaaibloem er tusschen, lupine, ridder spoor, akelei, chrysanten, „hemde- knoopjes", phloxen of kermisbloemen, gulden roede, keizerskroon, vuurpijl, tulpen, wat asters en zinnias. De andere heeft een tuintje van enkel zaaibloemen. Dit laatste kan gedurende een paar maanden heel wat mooier zijn, maar het vraagt ook het meeste werk, omdat we elk jaar opnieuw moeten beginnen. Ik zag een zeer mooi tuintje van viooltjes. Toch Is het mooiste te maken van een combinatie van overblijvende planten en zaaiplanten. Kijk eens wat rond ln de buurt en ge zult wel een keus kunnen maken uit wat ge daar ziet. Probeer ook eens Iets. 't Plezier vergoedt de moeite. Het persoonsbewijs* Een waarschuwing. In verband met het bericht, dat men het persoonsbewijs pas met in gang van 1 Januari 1942 bij zich behoeft te hebben ls bij het publiek het misverstand ontstaan, dat men nu ook het tot dusverre geldende identiteitsbewijs niet bij zich behoeft te dragen. De politie vestigt er echter de aan dacht op, dat nog steeds van kracht ls de Verordening van 6 September 1940 van den secretaris-generaal van Blnnenlandsche Zaken waarbij lederen Nederlander de verplichting is op gelegd, tot aan het tijdstip van In voering in het bezette Nederlandsche gebied van éénvormige identiteits kaarten, het hem van overheidswege uitgereikte identiteitsbewijs, voorzien van foto, te allen tijde bij zich te hebben, terwijl het In strijd handelen met dit voorschrift strafbaar blijft. die langzaam opgerezen was van haar stoel en hijgend en naar adem snak kend naast mij stond, vooruitgevlogen. Hendrik... En zij greep den kreupelen armen man in hare armen en weende en snik te altijd door. Hendrik! Hendrik 1 Het was Hendrik 1 De verhaler zweeg. Weer staarde hij in de verte, weer perstte hij de gevouwen handen tegen de borst. Zag hij, zooals toen, Hendrik aanko men, afdalen van de hoogte, langs den hollen dalweg en sneed hem nog eens die moederkreet als een mes door het hart Ik weet het niet, maar ik was zoo getroffen, dat ik niet den moed had om hem te onderbreken. Ook was hij opgestaan, zag in de verte als wezenloos, tot dat langzaam zijn blik terugkeerde naar de groene boomen op het kerkhof. Het was Hendrik, herhaalde hij en toch was het Hendrik niet meer, die kreupele, halfblinde, verminkte gestalte. Zoo kwam hij bij ons terug van de slagvelden, van de ijsvelden, van de gevangenschap, zich nauwelijks voort- sleepend, maar door nieuwe hoop be zield thuis te kunnen sterven. Dat hadden de menschen gedaan en niet de verscheurende wolven en beren der woestenijen. Ik kan bij u sterven, zuchtte hij. Neen, niet sterven, neenmaar opnieuw leven jubelde de moeder, ik heb u eens het leven gegeven, ik zal het u ook wedergeven. Neen, kind, gij zult niet sterven, neen, ik zal strijden, worstelen met den dood, en ik zal overwinnen, een moeder is altijd on overwinnelijk. En zij kuste zijn bleek gelaat en zij maakte den doek los en kuste het ge sloten oog van haar kind, alsof hare liefde daar ook nog het licht des levens kon ontsteken. Bij luchtalarm niet op straat of de daken. Herhaaldelijk blijkt nog, dat bij luchtalarm, niettegenstaande de strenge verbodsbepalingen, het pu bliek in plaats van een schullgele- genheld op te zoeken of in huis te blijven, de straat opgaat of zich op de daken van de hulzen opstelt, om de vliegtuigen in de lucht beter te kunnen waarnemen, hetgeen boven dien hoogst gevaarlijk is. Het publiek, dat zich op straat bevindt, moet zich In de schullgele- genheid begeven of In portieken of huizen dekking zoeken, terwijl de personen, die zich ln de huizen be vinden, daarin moeten blijven tot na het einde van het luchtalarm. Binnenshuis verblijvende, zal men zich niet vóór of bij geopende ramen ophouden, terwijl in het bijzonder de aandacht er op wordt gevestigd, dat na zonsondergang geen licht naar bulten mag uitstralen. Reeds tallooze malen is een en ander onder de aandacht van het publiek gebracht, maar de practijk heeft uitgewezen, dat men zich daaraan niet of onvoldoende houdt. In verband hiermee heeft de Haag- 8che hoofdcommissaris van politie aan zijn personeel nogmaals strenge orders gegeven op de naleving van bovengenoemde voorschriften met de meeste gestrengheid en nauwgezet heid toe te zien en tegen de over treders proces-verbaal op te maken en hen, zoo noodig, met gebruik making van de wapens van de straat te verwijderen. De hoofdcommissaris van politie, tevens hoofd van de luchtbescher mingsdienst, doet daarom bij her haling een ernstig beroep op de burgerij om mee te werken en te voorkomen, dat slachtoffers moeten worden gemaakt of dat de gemeente voor het wangedrag der burgerij aansprakelijk wordt gesteld en dien tengevolge aanzienlijk financieel na deel lijdt. Tevens wordt het publiek ernstig gewaarschuwd tegen de fout, om wanneer na bominslag het luchtalarm Is geëindigd zich naar de even- tueele plaats des onhells te begeven. Dit kan alleen ten gevolge hebben, dat de taak der politie wederom ernstig wordt verzwaard en het ver keer ernstig wordt belemmerd. De politie heeft in deze tijden reeds een zware taak en de burgerij heeft de dure plicht haar bij het verrichten van die taak zooveel mo gelijk steun te verleenen. De Noordoostpolder wordt in cultuur gebracht. Met het in cultuur brengen van de Noordoostpolder wordt deze maand een "begin gemaakt. Reeds zjjn inde drooggevallen gebieden voorbereiden de werkzaamheden getroffen en zijn al enkele proeftuinen aangelegd. De ervaringen met deze proeftui nen opgedaan geven reden tot groote tevredenheid. Ook bij de grondborin gen ls vroeger reeds gebleken, dat de ln te polderen gronden van de Noordoostpolder van uitstekende kwaliteit zijn en tot de meest homo gene grondsoorten van ons land be- hooren. Spoedig zullen dus veel handen werk vinden In een nieuw land met een oppervlakte van 48000 Hectare. De eerste ontginningswerken vin den plaats dicht bij de Overijsselsche kust tusschen Kuinre en Blokzijl. Langzaam zal het werk dan vor deren naar het centrum van den polder, waar men prachtige zware kleigronden zal aantreffen. Zeer binnenkort kan In Neder- landsch nijpende behoefte aan cul tuurgrond dus weer voor een deel worden voorzien. Extra rantsoen suiker voor de inmaak. De secretaris-generaal van het de En wij waren nog gelukkig hem te kunnen verplegen, verzorgen met alle teederheid, maar hij was zoo zwak, het arme kind Een paar dagen scheen hem dat alles goed te doen, hij flikkerde even weer op. Zijn moeder triomfeerde. Ik durfde niet meer hopen. De levenskracht was gebroken, de moed was weg. Er sprak iets oneindig treurigs uit zijn een oog. Hij kwijnde en zat steeds met het hoofd diep ge bogen op de borst. En terwijl de moeder lachte en schertste met tranen in de oogen en tranen in de stem, zag hij haar met zijn eenen blik aan alsof hij sterven ging- Een licht dat uitging. Hij stond niet meer op. Zijn moeder deed juist met hem, als vroeger, toen hij nog klein was. Hij moest toch ook verzorgd wor den bijna als een kind, zoo hulpeloos was hij. Zij klaagde nooit, maar werd hoe langer hoe stiller. Het bloed week uit haar wangen, en haar geheele leven brandde nog in haar oogen. Dan was het alsof zij haar arm kind wilde overwinnen met den gloed harer oogen. Maar Hendrik zou sterven. Hij was een braaf kind gebleven, ook in het leger en mijnheer pastoor noemde hem zijn heiligen soldaat. - Hoe het mij te moede was, mijn kind, in die dagen, kan iku nauwelijks zeggen, ik weende, bad en hoopte en kwam wel twintig maal van den molen naar ons huis geloopen. Dan vond ik moeder altijd op de knieën, den arm geslagen om den hals van haar lieveling, hem sussend en nauw hoorbaar fluisterend zingend, een wiegelied van vroegeren tijd. Het was niet aan te zien. Zij gebruikte bijna niets, als hij at, dan nam zij iets met hem, weigerde hij partement van Landbouw en Vls- scherfl maakt bekend, dat een extra rantsoen suiker van één kilogram, te gebruiken bfl den inmaak beschik baar wordt gesteld. In verband hiermee wordt de gel digheidsduur van de met „42" ge nummerde bon van de bonkaart al gemeen van 4 weken ingekort tot 2 weken. Bon „42" geeft derhalve niet, zooals dezer dagen is bekend gemaakt tot èn met 6 Juli a.s., doch slechts tot en met Zondag 22 Juni recht op het koopen van één kilo gram suiker, waarna voor het tijd vak van Maandag 23 Juni tot en met Zondag 6 Juli a.s. wederom een bon ter verkrijging van éen kilogram suiker zal worden aangewezen. In totaal wordt dus gedurende het vler- wekelijksche tijdvak van 9 Juni tot en met 6 Juli a.s. twee kilogram suiker beschikbaar gesteld, terwijl het gebruikelijke rantsoen één kg. per vier weken bedraagt. VENRAY, 14 Juni 1941 EEN WOORD TOT ONZE REIZENDE JEUGD. Van gezaghèbbende zijde schrijft men ons: Rantsoeneering van brandstoffen, inkrimping van autobusdiensten en diverse maatregelen van overheids wege: dat zijn de oorzaken. Gasgeneratoren, ploeterende chauf feurs, lange rijtijden in overvolle autobussen: dót zijn de gevolgen. Feiten van dezen tijd, waartegen overheid, ondernemers en publiek machteloos staan. En hoe gedraagt bij dit alles onze autobus-reizende jeugd zich Ze gaat er prat op om het éérst van al ln de bus plaats te nemen op de meest gemakkelijke zitplaats, lang vóórdat de bus op het beginpunt vertrekt en kort den tijd, ook tijdens de reis, met het lezen van een Lord- Llster of bedenkelijk filmkrantje. Hlerbovenuit staat echter toren hoog de enkele, goede uitzondering. Oudere menschen, die reeds een treln-reis van uren achter den rug hebben, ofwel een halven dag winkel- in winkel-uit hebben gesjouwd om hun spullen bij elkaar te krijgen, al of niet op bons, kaarten of toewij zingen, laat die jeugd stéén. Die jeugd bekommert er zich niet over dat deze ouderen moe zijn en dat ze wegens hun leeftijd grooten last hebben met het behouden van hun evenwicht ln de overvolle bus, die op de (vaak niet meer goede) wegen voorthobbelt. Wij zouden deze jongens en meis jes willen vragen: „Schamen jullie je niet Jullie behoeven niet te blozen als jullie je zitplaats afstaat aan oudere passagiers. Het is niets geks hoor! Integendeel legt ge daarmee getui genis af van een goede opvoeding. Ge zoudt slechts behooren te blozen van schaamte als ge het nalaat. Bedenkt tevens dat het niet alleen een beleefdheids-kwestie is. Als Uw schandelijk gedrag niet vlug verandert zullen Uw abonne menten worden Ingetrokken. Wie is er dén de dupe Uwe ouders en gijzelf. Wellicht kunt ge dan nog met de fiets naar school. Misschien dét zelfs niet meer. En wat dan met Uw toekomst Komt jongens en meisjes: begrijpt de tijd en geeft het goede voorbeeld. Staat Uw zitplaats af aanbejaar- de menschen en vooral aan dames met kinderen. Bespotten kanU daarover niemand. Integendeel: men zal U als een toe komende man of vrouw van „opvoe ding en karakter" gaan beschouwen. Neemt dit ter harte. dan roerde zij ook geen spijzen aan. Eens in den nacht - Hendrik die niet meer sprak, hield den treurigen blik op ons gevestigd, ik hield zijn hand vast en moeder had hem in den arm en ziin hoofd rustte tegen haar borst, zoo oneindig droevig en geluk- Hendrik glimlachte nog eens, maar dat vergeet ik nooit, toen viel 't hoofd neer op het hart der moeder en deze liet haar hoofd neergaan op 't hoofd van haar kind.... En toen ik haar los wilde maken van haar zoon... toen was zij dood... Beidenbeiden dood I riep hij met vreeselijke stem. Lang zweeg hij. Hij weende niet meer. Op eens hief het hoofd op en strekte de hand uit naar de groene lindekronen op het kerkhof en zeide: Daar Opeens stond hij op en was in den molen verdwenen. Het was mij vreemd te moede en ik zat droomend te zien met opengespalk te oogen naar de groene lindetoppen, die in bloei waren? Hél droomer daar boven, zijt ge ook al een spoorzoeker, wilt ge eens naar beneden komen Zuster Anna, ziet gij iets komen? en een ander antwoordde met een ge maakte basstem zoo naar mogelijkik zie niets dan het stof der wegen en het blauw des hemels Het waren mijn vroolijke kameraden, die terugkomen van hun wandeling en de lange Rotterdammer riep mij toe: Zeg eens, hoe maakt het uw be stoven oom van den molen Ik ging mee naar huis, en liet mij hun plagerijen, die niet kwaadaardig waren, maar gevallen, en dacht aan den armen Hendrik, en toen ik insliep, was mijn laatste gedachte en ik geloof, dat ik het wel halfluid gezegd heb: „Arme, arme oom Hendrik". IV. LUXOR-THEATER vertoont U deze week „De Indi sche Graftempel" Tweede deel: „Het monument eener groote liefde". Architect Fürbringer heeft de opdracht van den Maharadja van Eachnapoer, om voor hem een gigan tische graftempei te bouwen aan vaard en ls met z'n medewerker Emll Sperling en diens vrouw Lotte naar BrltsCh-Indië vertrokken, waar zij al zeer spoedig met de bouw van de tempel begonnen zfln. De voort gang van het werk wordt door een waterval ln de onmiddellijke omgeving omgeving zeer sterk belemmerd en Peter Fürbringer vindt bovendien bjj z'n Inlandsche architecten niet veel medewerking. Daar komt nog bij, dat z'n humeur er niet op vooruit gaat als z'n verloofde Irene Traven nog steeds niet naar Indlë komt, maar ln gezelschap van den Maha radja en diens neef Ramlgani van de eene Europeesche metropool naar de andere trekt. Irene vermoedt, dat achter deze Amerlkaansche manier om steden te zien, meer verborgen is, dan de Maharadja tegenover haar loslaat, doch zekerheid hieromtrent krijgt ze pas in Bombay, waar Sascha Jpo- gingen doet om met haar ln contact te komen. Deze samenkomst wordt verijdeld en Irene trekt, zonder ach ter het geheim gekomen te zijn, met den Maharadja naar Eschnapoer, waar zij met Oostersche pracht en praal ontvangen wordt. Het ls Sascha [gelukt onder val- sche naam in het^kamp der bouw meesters binnen té dringen. Bij een bezoek aan het kamp komt Irene de geheele waarheid omtrent SItha van Sascha te weten. Zooveel wreed heid overweldigt haar en ze poogt den Maharadja tot andere gedachten te brengen. TevergeefsDe ooster ling is niet te vermurwen. De opwindende gebeurtenissen, die nu volgen tarten iedere beschrijving en komen slechts bij het aanschou wen tot hun volle recht. Het is een zeldzame prachtfilm. Inbraak. In de nacht van Vrijdag op Zater dag werd ingebroken in een kelder van den bakker M. L. aan de Maas- heescheweg. Een partij boter, vet en zeep en ongeveer 70 stuks eieren werden ontvreemd. De politie zoekt □aar de daders. Een laffe daad. Toen Zondagmorgen de heer P. B. uit de Spurkt uit de kerk kwam en zijn fiets wilde nemen, kwam hi) tot de onaangename ontdekking, dat zjjn belde banden waren doorgesneden. De politie heeft de zaak in onder zoek. Psychiatrische Inrichting .,St. Anna" te Venray. 9 Juni 1941. Examens verpleging zenuw- en zielszieken. Ziekenverpl. Dipl. B.) 9 candldaten. Geslaagd de Zusters: M. J. M. Bosman, G. Haas, A. Houtsma, A. Koëter, A. Tak. M. Vorachen, M. Vousten, J. Wennekes. Rechtbank te Roermond* Zitting Economlschen Rechter. M. A. H. R., 33 j. te Venray, f20 of 10 d. b. wegens verboden vervoer van roggemeel. H. H. J., hvr. W. te Venray, f 10 boete of 5 d. h, wegens afleveren van rogge. J. A. van Y., 21 j. te Venray, f 5 of 3 d. h. met verbeurdverklaring wegens verboden vervoer van rogge De Nedertandsdie "-Pijnstiller Hoofdpijn ifiespijn mm Zenuwpijn Het is lente, morgen en een Zondag Een heerlijker lentemorgen kan men zich niet voorstellen. De zon stond aan den hemel, en ver dreef met gulden stralen de nevelen, die als een doorschijnende goudwaas golf den over den grond en betooverend schoon schenen opgehangen te zijn tusschen de machtige takken en krui nen van het Lischwoud. Soms streek een lichte morgenwind door het gebladerte en dan plooide zich het doorzichtige gordijn in duizend grillige vouwen, en vielen dan de zon nestralen door een opening binnen in dit geheimzinnige prachtpaleis, van de lente, dan schitterde en fonkelde, dan straalde en dan vlamde het er door henen met alle kleuren van den regen boog, en dan regende het paarlen en robijnen, alsof men beneden door het donzige mos den weg wilde bestrooien voor een konings-intocht. Alles geurde, groeide en bloeide om strijd, ook in het Lischbosch. Van den hoogrand, welke zich de lezers nog wel zullen herinneren uit het verhaal van den armén oom Hendrik, daalde schuin een gele weg neer, die tusschen vqver en molen heen, naar het dorp liep. Het was een groot dorp, maar aan den molen dan zaagt ge in het veld dat het dal van het dorp scheidde, hier en daar groote roode daken opduiken uit het groen der boomen, en dat zag er allerliefst uit. In de verte, dat wil zeggen, op een goede twintig minuten afstand, verhief zich de kerktoren, boven huizen en boomen. Daar ging dan ook de .gele weg" op af. Wij noemen den weg den gelen weg, zoo heette hij onder de meesten van het dorp, en niet anders, hoewel hij alleen geel was op de helling en in het bosch. Wordt vervolgd

Peel en Maas | 1941 | | pagina 5