TWEEDE BLAD VAN PEEL EN MAAS
""""AKKEHTJB
Veel te dure werk
paarden.
Voor Boeren en
Tuinders.
Binnenland.
Provinciaal Nieuws.
Zaterdag 14 Juni 1941
Twee en Zestigste Jaargang No 24
Op 15 April 1941 is het zg. Paar-
denbesluit 1941 in werking getreden.
In hoofdzaak houdt dit besluit in de
vaststelling van maximum prijzen
voor verschillende categorieën werk-
paarden (gebruikspaarden).
Niemand kan ontkennen dat de
economische omstandigheden dit In
grijpend besluit helaas noodzakelijk
maken. De uitvoering van het be
sluit is als volgt geregeld: Elke
provincie krflgt eenige taxatie mark
ten of taxatie-monsterplaatsen waar
eenmaal per maand gelegenheid za
zijn de bovengenoemde categorie van
piarden die verkocht *uH<m ™>rd«>.
te taxeeren voor een
In Limburg werden dere markteh
gehouden ln Roermond en Weert.
Taxatlemarkten a|)n nog Venray,
Venlo, Valkenburg en Sittard. Deze
taxatie geschiedt door een provin
ciale commissie van 3 personen:
dierenarts, voorzitter; daarnaast een
landbouwer en een paardenhandelaar.
Voor deze commissie worden na uit
voerige Inlichtingen de beste men-
schen aangewezen.
Mr. P. A. van Driest te Amers
foort, majoorpaardenarts b\j den
Opbouwdlenst schreef hierover in het
Algemeen Handelsblad: „Het wordt
hoog tijd, dat voor den verkoop van
werkpaarden maximumprijzen wor
den vastgesteld. Immers, dat nu voor
oude knollen, die nog juist kunnen
trekken f 1000 betaald wordt en
voor goedo werkpaarden t 2000 en
meer, is uit een economisch oogpunt
fataal.
Dergelijke prijzen drukken abnor
maal op landbouw- en transport
bedrijven en hebben onvermijdelijk
het gevolg dat speciaal de land-
bouwproductlekosten omhoog worden
gejaagd. Noodzakelijk zal dan zijn,
dat voor alle 2 a 3 plattelands
gemeenten crisis - taxatiecommissies
worden benoemd van 1 tot 3 leden,
die volgens een op te stellen schema
b\j eiken verkoop den maximumprijs
bepalen. Deze schema's dienen de
paarden te verdoelen naar leeftijd,
ras en qualitelt; voor elke categorie
moet dan een maximum-prijs worden
vastgesteld.
Dit houdt in, dat voor eiken ver
koop boven f 400 toestemming moet
worden verkregen en tevens dient dao
voor den handel een vaste winst
marge worden vastgesteld.
Naast deze crisis-commissies dient
een provinciale commissie te bestaaD,
die het recht moet hebben, om in
- bijzondere gevallen van het schema
af te wijken. Tenslotte is noodig 'n
centraal crlslsórgaan, in het centrum
van het land, dat leiding geeft ln
deze zeer moeilijke en omvangrijke
taak. Nu het landbouwwerk reeds in
vollen gang ls, eischt een en ander
den meest mogeljjken spoed
Steeds wat nieuws.
Hoewel men voorheen ook gewoon
lakte aan mededeelingen over nieu
wigheden, die telkens weer met vrij
roote overtuiging aangeprezen wer
en en door sommigen met meer of
xninder succes werden toegepast,
toch is het zeer natuurlijk, dat in
dezen tijd, nu we onder minder gun
stige omstandigheden ons bedrijf
moeten uitoefenen, onze aandacht
meer dan vroeger getrokken wordt
door nieuwigheden van minder of
meer recenten datum.
Zoo ls bijv. van geen recenteD
FEUILLETON.
Misdaad en recht
rond de Piasmolen.
Op eens hooren wij dat er een groot
feest gevierd zou worden 'op het kas-
teel.
Ik heb vergeten te zeggen, dat later
toch de baronszoon op had gemoeten,
maar hij was maar even over de grens
getrokken, en had nooit den vijand ge
zien en het vuur nog minder.
De menschen zeiden, dat ze hem
ergens hadden verborgen gehouden.
Er was feest op het kasteel, omdat
hij terugkwam.
Maar onze Hendrik kwam niet.
In de omliggende plaatsen kwamen
er ook enkelen weer.
De meesten slapen echter den eeu
wigen slaap, en het koude ijs is hun
bed, en de sneeuw hun donzen sprei.
Wij wisten niet wat te denken.
Mijn vrouw was afgemagerd tot een
geraamte. Men verwonderde zich dat
ze het leven behield.
Ach! een restje, een laatste spran
keitje hoop leefde nog in haar.
Dat was haar leven.
Zij dacht nog steeds haar kind weer
te zien.
Dat hoopte ik ook.
Een moeder hoopt altijd, en hopen
is leven, daarom leefde zij nog.
Zij leefde van de hoop.
Maanden waren er verloopen, toen
op eens, het was tegen den avond en
een Zaterdag, en ook in den zomer, wij
hadden later moeten werken dan ge
woonlijk op den molen, en wij zaten
voor ons huls in stilte neer.
En alsof dezelfde gedachten ons bei
datum de verbouw van brouwgerst.
Het heette lange Jaren, dat ln ons
land geen brouwgerst verbouwd kon
worden. Maar wijlen prof. Broekema
dacht er anders over en meerderen
met hem, zoodat er een comité voor
verbouw van brouwgerst werd op
gericht. En door dit comité ls kort
geleden in de korenbeurs te Rotter
dam een tentoonstelling gehouden
van monsters van in ons land ver
bouwde gerst, geschikt voor bier
brouwerijen. Het succes van deze
tentoonstelling was groot. Het ls
gebleken, dat er wel degelijk brouw
gerst ln ons land verbouwd kan wor
den. En heel goede ook.
Dat er boekweit ln ons land ver
bouwd kan worden, behoeft geen
betoog en daar ls geen afzonderlijk
comité voor noodig. In vroeger tijd
toch werd er veel boekweit ln ons
land verbouwd. Verschillende oorza
ken waren er, die Jde teelt sterk
deden verminderen. En ziedaar, nog
maar kort geleden zagen we weer
een lans breken voor de teelt van dit
aloude gewas. Of de aansporing suc
ces zal hebben betwijfelen we.
Men zal over het algemeen liever
zekerder gewassen verbouwen in
plaats van boekweit, dat „wel eens"
maar niet altjjd een goede opbrengst
geeft, Sommigen kunnen er echter
nog goed mee overweg.
Als nummer drie noemen we de
teelt van zonnebloemen als stoppel
gewas. Ook dit zagen we dezer dagen
aangeprezen. Het moet een goed
groenvoedergewas zjjD, dat de koeien
echter eerst moeten leeren eten, om
dat ze door de vrij sterke beharing
van de plant, er eerst afblgveD, Na
eenige dagen eten ze het graag, zegt
men en het vetgehalte van de melk
wordt er zeer gunstig door beïnvloed.
Men moet vóór het begin van den
bloei oogsten, omdat de stengels dan
nog niet houtig zijn. Men kan eind
Juli of begin Augustus nog zaaien.
Ook minder voedselrijke zandgron
den geven eeD goede oogst. Men zaait
op afstanden van 50 cm. in Juni.
Als men ln Juli nog zaait dan Deemt
men 40 cm. afstand en begin Augus
tus 30 cm.
Misschien wil iemand het eens
probeeren.
Van weck tot week in
den tuin.
Bjj regenachtig weer beginnen we
met het zetten van de koolplanten.
Voor de pasbeginnenden moeten
we hier vermelden, dat de koolteelt
in tuinen, die nog al veel beschut
liggen, niet gelukt. Beter gaat dat
in het vrije veld. Bovendien moet de
grond vochthoudend en voedzaam
zjjn, in 't bijzonder voor bloemkool.
Die vraagt den besten grond, die goed
vochthoudend moet zijn. Dat ls nood
zakelijk, omdat de groei van de
bloemkool nooit stil mag staan. Op
droog land is dat ln droge tijden nog
al eens 't geval. De plant afstand
voor kool is 60—70 c.m. Soms mag
zelfs nog iets ruimer genomen wor
den. Dat hangt af van de soort die
we telen en van de kwaliteit van den
grond. Zet de planten even diep, als
ze op het plantbedje gestaan hebben
en trap ze goed vast.
Geef kool geen versche stalmest,
gier of beer. Deze meststoffen lokken
te veel schadelijke insecten, die zeer
op het malsche koolgewas belust
zjjn. We denken hier op de eerste
plaats aan de Jarven van de kool-
vlieg, die zich in den stengel van de
koolplant vreet, precies aan de op
pervlakte van den grond. Ter be
strijding heeft men al van alles
bedacht. We noemen hier het aan
brengen van koolkragen, die van een
stukje asphaltpapler gemaakt zjjn.
Leg deze kragen direct bij het zetten
aan. Een ander middel Is het reeds
vroeger genoemde mengsel van 5 pet.
carbolineum op kalkmergel. Dit
mengsel wordt In een trechtertje
rond den stengel aangebracht. Het
trechtertje moet een doorsnee heb
ben van 5 c.m. Men kan de koolplan
ten voor het zetten doopen in een
den bezig hield, verzuchtten wij te za-
men halfluid: Hendrik."
Mijn vrou.w echter hield de oogen
onafgebroken naar den rechterkant van
den weg gevestigd.
Scherper en scherper worden die
blikken.
Het schenen wel dolken te zijn.
Ik tuurde ook in die richting.
De weg die langs ons buis voorbij
voerde, sneed schuin aan den molen
rechts afwijkend door het dal, volgde
dan boven een tijdlang den rand der
vallei, om later weer het hooger gele
gen veld dwars door te gaan.
Langs den randweg zag ik mijn
oogen hadden veel geleden in dat jaar
een gestalte langzaam voortgaan.
Zij toekende zich scherp af tegen
den rooskleurig verlichten, helderen
hemel. Het was lang na zonsonder
gang.
Wie was dat
Daar daalt hij in den hollen weg en
verdween voor onze blikken.
Waarom volgden onze blikken zoo
starend die gestalte?
Wat deed onze harten hoorbaar
kloppen
Daar kwam de verschijning door het
houtgewas, maar onder in het Lissedal
was het duister en het onderscheiden
moeilijk.
Een handwerker, die naar werk
zoekt, sprak ik.
Zij antwoordde niet.
Aan de molen voorbij, kwam de man
op ons af.
Ging hij dan naar het dorp
Maar hij was dan toch zoo onbekend
voor ons en alle bewoners waren voor
ons zoo goede kennissen.
Arme manl Hij schijnt maar één arm
te hebben, wat fladderde die mouw, bij
hompelt ook, ach 1 een houten been ook
nog en een witten doek over oog en
wang gebonden. Vreeselijk 1
Maar ik meende, dat ik verstijfde
van schrik met een kreet, die niets
menschelijbs meer had, was m'n vrouw
oplossing van sublimaat of Uspuiun.
Ik heb het zelf geprobeerd met een
sterke oplossing van loodarsenaat in
water, die Ik bij de koolplanten giet.
Loodarsenaat lost eigen niet op. Men
moet dus zorgen dat het door schud
den of roeren zwevend blijft. Giet
dit middel niet op de planten.
Kool wordt ook vaak aangetast
door bladluizen. Die bestrijden we het
eenvoudigst met een oplossing van
0.1 pet. nicotine in water, dat echter
voorzichtig verspoten moet worden,
omdat het bijtend werkt op de huid
en ook giftig ls, echter alleen tijdens
het spulten. Op kalkarme gronden
heeft de kool last van knolvoet. De
wortel krjjgt den vorm van een groote
wrat.
De grootste fouten, die bij de kool
teelt gemaakt worden zijD: te vroeg
planten, en te late grondbewerking.
Hoe vroeger we ons koolveld spitten
of ploegen, hoe minder last de kool
van allerlei ziekten zal hebben.
Naast voldoende kali en stikstof
geven we ons koolveld kalk en wat
fosforzuur. Stikstof geven we ln
meerdere keeren. Teltcens kleine hoe
veelheden. Kalksalpeter ls als stik-
stofmest het best te gebruiken. Geef
die zoo mogelijk iedere maand een
keer. De ondervinding heeft mij ge
leerd, dat een dikwijls terugkeerende
bemesting met stikstof elk gewas
ten goede komt, tenminste elk
groentegewas. Boonen en aardappelen
moet men er niet teveel van geven.
Ook erwten die men droog wil
oogsten, krijgen weinig stikstof.
'n Bloementuintje*
Vroeger was het iets zeldzaams
om bij een boerderij een aardig
bloemtuintje te zien. De laatste
jaren is daar heel wat verandering
In gekomen. Heel aardige bloemrijke
tuintjes heb ik gezien, die toonen,
dat ook daarvoor ambitie begint te
komen. De een heeft een tuintje van
overblijvende planten met een enkele
zaaibloem er tusschen, lupine, ridder
spoor, akelei, chrysanten, „hemde-
knoopjes", phloxen of kermisbloemen,
gulden roede, keizerskroon, vuurpijl,
tulpen, wat asters en zinnias.
De andere heeft een tuintje van
enkel zaaibloemen. Dit laatste kan
gedurende een paar maanden heel
wat mooier zijn, maar het vraagt
ook het meeste werk, omdat we elk
jaar opnieuw moeten beginnen. Ik
zag een zeer mooi tuintje van
viooltjes.
Toch Is het mooiste te maken van
een combinatie van overblijvende
planten en zaaiplanten. Kijk eens
wat rond ln de buurt en ge zult wel
een keus kunnen maken uit wat ge
daar ziet.
Probeer ook eens Iets. 't Plezier
vergoedt de moeite.
Het persoonsbewijs*
Een waarschuwing.
In verband met het bericht, dat
men het persoonsbewijs pas met in
gang van 1 Januari 1942 bij zich
behoeft te hebben ls bij het publiek
het misverstand ontstaan, dat men
nu ook het tot dusverre geldende
identiteitsbewijs niet bij zich behoeft
te dragen.
De politie vestigt er echter de aan
dacht op, dat nog steeds van kracht
ls de Verordening van 6 September
1940 van den secretaris-generaal van
Blnnenlandsche Zaken waarbij lederen
Nederlander de verplichting is op
gelegd, tot aan het tijdstip van In
voering in het bezette Nederlandsche
gebied van éénvormige identiteits
kaarten, het hem van overheidswege
uitgereikte identiteitsbewijs, voorzien
van foto, te allen tijde bij zich te
hebben, terwijl het In strijd handelen
met dit voorschrift strafbaar blijft.
die langzaam opgerezen was van haar
stoel en hijgend en naar adem snak
kend naast mij stond, vooruitgevlogen.
Hendrik...
En zij greep den kreupelen armen
man in hare armen en weende en snik
te altijd door.
Hendrik! Hendrik 1
Het was Hendrik 1
De verhaler zweeg.
Weer staarde hij in de verte, weer
perstte hij de gevouwen handen tegen
de borst.
Zag hij, zooals toen, Hendrik aanko
men, afdalen van de hoogte, langs den
hollen dalweg en sneed hem nog eens
die moederkreet als een mes door het
hart
Ik weet het niet, maar ik was zoo
getroffen, dat ik niet den moed had om
hem te onderbreken.
Ook was hij opgestaan, zag in de
verte als wezenloos, tot dat langzaam
zijn blik terugkeerde naar de groene
boomen op het kerkhof.
Het was Hendrik, herhaalde hij
en toch was het Hendrik niet meer, die
kreupele, halfblinde, verminkte gestalte.
Zoo kwam hij bij ons terug van de
slagvelden, van de ijsvelden, van de
gevangenschap, zich nauwelijks voort-
sleepend, maar door nieuwe hoop be
zield thuis te kunnen sterven.
Dat hadden de menschen gedaan en
niet de verscheurende wolven en beren
der woestenijen.
Ik kan bij u sterven, zuchtte hij.
Neen, niet sterven, neenmaar
opnieuw leven jubelde de moeder, ik
heb u eens het leven gegeven, ik zal
het u ook wedergeven. Neen, kind, gij
zult niet sterven, neen, ik zal strijden,
worstelen met den dood, en ik zal
overwinnen, een moeder is altijd on
overwinnelijk.
En zij kuste zijn bleek gelaat en zij
maakte den doek los en kuste het ge
sloten oog van haar kind, alsof hare
liefde daar ook nog het licht des
levens kon ontsteken.
Bij luchtalarm niet op straat
of de daken.
Herhaaldelijk blijkt nog, dat bij
luchtalarm, niettegenstaande de
strenge verbodsbepalingen, het pu
bliek in plaats van een schullgele-
genheld op te zoeken of in huis te
blijven, de straat opgaat of zich op
de daken van de hulzen opstelt, om
de vliegtuigen in de lucht beter te
kunnen waarnemen, hetgeen boven
dien hoogst gevaarlijk is.
Het publiek, dat zich op straat
bevindt, moet zich In de schullgele-
genheid begeven of In portieken of
huizen dekking zoeken, terwijl de
personen, die zich ln de huizen be
vinden, daarin moeten blijven tot na
het einde van het luchtalarm.
Binnenshuis verblijvende, zal men
zich niet vóór of bij geopende ramen
ophouden, terwijl in het bijzonder de
aandacht er op wordt gevestigd, dat
na zonsondergang geen licht naar
bulten mag uitstralen.
Reeds tallooze malen is een en
ander onder de aandacht van het
publiek gebracht, maar de practijk
heeft uitgewezen, dat men zich
daaraan niet of onvoldoende houdt.
In verband hiermee heeft de Haag-
8che hoofdcommissaris van politie
aan zijn personeel nogmaals strenge
orders gegeven op de naleving van
bovengenoemde voorschriften met de
meeste gestrengheid en nauwgezet
heid toe te zien en tegen de over
treders proces-verbaal op te maken
en hen, zoo noodig, met gebruik
making van de wapens van de straat
te verwijderen.
De hoofdcommissaris van politie,
tevens hoofd van de luchtbescher
mingsdienst, doet daarom bij her
haling een ernstig beroep op de
burgerij om mee te werken en te
voorkomen, dat slachtoffers moeten
worden gemaakt of dat de gemeente
voor het wangedrag der burgerij
aansprakelijk wordt gesteld en dien
tengevolge aanzienlijk financieel na
deel lijdt.
Tevens wordt het publiek ernstig
gewaarschuwd tegen de fout, om
wanneer na bominslag het luchtalarm
Is geëindigd zich naar de even-
tueele plaats des onhells te begeven.
Dit kan alleen ten gevolge hebben,
dat de taak der politie wederom
ernstig wordt verzwaard en het ver
keer ernstig wordt belemmerd.
De politie heeft in deze tijden
reeds een zware taak en de burgerij
heeft de dure plicht haar bij het
verrichten van die taak zooveel mo
gelijk steun te verleenen.
De Noordoostpolder wordt in
cultuur gebracht.
Met het in cultuur brengen van
de Noordoostpolder wordt deze maand
een "begin gemaakt. Reeds zjjn inde
drooggevallen gebieden voorbereiden
de werkzaamheden getroffen en zijn
al enkele proeftuinen aangelegd.
De ervaringen met deze proeftui
nen opgedaan geven reden tot groote
tevredenheid. Ook bij de grondborin
gen ls vroeger reeds gebleken, dat
de ln te polderen gronden van de
Noordoostpolder van uitstekende
kwaliteit zijn en tot de meest homo
gene grondsoorten van ons land be-
hooren.
Spoedig zullen dus veel handen
werk vinden In een nieuw land met
een oppervlakte van 48000 Hectare.
De eerste ontginningswerken vin
den plaats dicht bij de Overijsselsche
kust tusschen Kuinre en Blokzijl.
Langzaam zal het werk dan vor
deren naar het centrum van den
polder, waar men prachtige zware
kleigronden zal aantreffen.
Zeer binnenkort kan In Neder-
landsch nijpende behoefte aan cul
tuurgrond dus weer voor een deel
worden voorzien.
Extra rantsoen suiker voor
de inmaak.
De secretaris-generaal van het de
En wij waren nog gelukkig hem te
kunnen verplegen, verzorgen met alle
teederheid, maar hij was zoo zwak,
het arme kind
Een paar dagen scheen hem dat
alles goed te doen, hij flikkerde even
weer op.
Zijn moeder triomfeerde.
Ik durfde niet meer hopen.
De levenskracht was gebroken, de
moed was weg. Er sprak iets oneindig
treurigs uit zijn een oog. Hij kwijnde
en zat steeds met het hoofd diep ge
bogen op de borst.
En terwijl de moeder lachte en
schertste met tranen in de oogen en
tranen in de stem, zag hij haar met
zijn eenen blik aan alsof hij sterven
ging-
Een licht dat uitging.
Hij stond niet meer op.
Zijn moeder deed juist met hem, als
vroeger, toen hij nog klein was.
Hij moest toch ook verzorgd wor
den bijna als een kind, zoo hulpeloos
was hij.
Zij klaagde nooit, maar werd hoe
langer hoe stiller. Het bloed week uit
haar wangen, en haar geheele leven
brandde nog in haar oogen.
Dan was het alsof zij haar arm kind
wilde overwinnen met den gloed harer
oogen.
Maar Hendrik zou sterven. Hij was
een braaf kind gebleven, ook in het
leger en mijnheer pastoor noemde hem
zijn heiligen soldaat.
- Hoe het mij te moede was, mijn
kind, in die dagen, kan iku nauwelijks
zeggen, ik weende, bad en hoopte en
kwam wel twintig maal van den molen
naar ons huis geloopen.
Dan vond ik moeder altijd op de
knieën, den arm geslagen om den hals
van haar lieveling, hem sussend en
nauw hoorbaar fluisterend zingend, een
wiegelied van vroegeren tijd.
Het was niet aan te zien.
Zij gebruikte bijna niets, als hij at,
dan nam zij iets met hem, weigerde hij
partement van Landbouw en Vls-
scherfl maakt bekend, dat een extra
rantsoen suiker van één kilogram,
te gebruiken bfl den inmaak beschik
baar wordt gesteld.
In verband hiermee wordt de gel
digheidsduur van de met „42" ge
nummerde bon van de bonkaart al
gemeen van 4 weken ingekort tot
2 weken. Bon „42" geeft derhalve
niet, zooals dezer dagen is bekend
gemaakt tot èn met 6 Juli a.s., doch
slechts tot en met Zondag 22 Juni
recht op het koopen van één kilo
gram suiker, waarna voor het tijd
vak van Maandag 23 Juni tot en met
Zondag 6 Juli a.s. wederom een bon
ter verkrijging van éen kilogram
suiker zal worden aangewezen. In
totaal wordt dus gedurende het vler-
wekelijksche tijdvak van 9 Juni tot
en met 6 Juli a.s. twee kilogram
suiker beschikbaar gesteld, terwijl
het gebruikelijke rantsoen één kg.
per vier weken bedraagt.
VENRAY, 14 Juni 1941
EEN WOORD TOT ONZE
REIZENDE JEUGD.
Van gezaghèbbende zijde schrijft
men ons:
Rantsoeneering van brandstoffen,
inkrimping van autobusdiensten en
diverse maatregelen van overheids
wege: dat zijn de oorzaken.
Gasgeneratoren, ploeterende chauf
feurs, lange rijtijden in overvolle
autobussen: dót zijn de gevolgen.
Feiten van dezen tijd, waartegen
overheid, ondernemers en publiek
machteloos staan.
En hoe gedraagt bij dit alles onze
autobus-reizende jeugd zich
Ze gaat er prat op om het éérst
van al ln de bus plaats te nemen op
de meest gemakkelijke zitplaats, lang
vóórdat de bus op het beginpunt
vertrekt en kort den tijd, ook tijdens
de reis, met het lezen van een Lord-
Llster of bedenkelijk filmkrantje.
Hlerbovenuit staat echter toren
hoog de enkele, goede uitzondering.
Oudere menschen, die reeds een
treln-reis van uren achter den rug
hebben, ofwel een halven dag winkel-
in winkel-uit hebben gesjouwd om
hun spullen bij elkaar te krijgen, al
of niet op bons, kaarten of toewij
zingen, laat die jeugd stéén.
Die jeugd bekommert er zich niet
over dat deze ouderen moe zijn en
dat ze wegens hun leeftijd grooten
last hebben met het behouden van
hun evenwicht ln de overvolle bus,
die op de (vaak niet meer goede)
wegen voorthobbelt.
Wij zouden deze jongens en meis
jes willen vragen: „Schamen jullie
je niet
Jullie behoeven niet te blozen als
jullie je zitplaats afstaat aan oudere
passagiers. Het is niets geks hoor!
Integendeel legt ge daarmee getui
genis af van een goede opvoeding.
Ge zoudt slechts behooren te blozen
van schaamte als ge het nalaat.
Bedenkt tevens dat het niet alleen
een beleefdheids-kwestie is.
Als Uw schandelijk gedrag niet
vlug verandert zullen Uw abonne
menten worden Ingetrokken. Wie is
er dén de dupe Uwe ouders en
gijzelf. Wellicht kunt ge dan nog met
de fiets naar school. Misschien dét
zelfs niet meer. En wat dan met
Uw toekomst
Komt jongens en meisjes: begrijpt
de tijd en geeft het goede voorbeeld.
Staat Uw zitplaats af aanbejaar-
de menschen en vooral aan dames
met kinderen.
Bespotten kanU daarover niemand.
Integendeel: men zal U als een toe
komende man of vrouw van „opvoe
ding en karakter" gaan beschouwen.
Neemt dit ter harte.
dan roerde zij ook geen spijzen aan.
Eens in den nacht - Hendrik die
niet meer sprak, hield den treurigen
blik op ons gevestigd, ik hield zijn
hand vast en moeder had hem in den
arm en ziin hoofd rustte tegen haar
borst, zoo oneindig droevig en geluk-
Hendrik glimlachte nog eens, maar
dat vergeet ik nooit, toen viel 't hoofd
neer op het hart der moeder en deze
liet haar hoofd neergaan op 't hoofd
van haar kind.... En toen ik haar los
wilde maken van haar zoon... toen was
zij dood...
Beidenbeiden dood I riep hij met
vreeselijke stem.
Lang zweeg hij. Hij weende niet
meer. Op eens hief het hoofd op en
strekte de hand uit naar de groene
lindekronen op het kerkhof en zeide:
Daar
Opeens stond hij op en was in den
molen verdwenen.
Het was mij vreemd te moede en ik
zat droomend te zien met opengespalk
te oogen naar de groene lindetoppen,
die in bloei waren?
Hél droomer daar boven, zijt ge
ook al een spoorzoeker, wilt ge eens
naar beneden komen
Zuster Anna, ziet gij iets komen?
en een ander antwoordde met een ge
maakte basstem zoo naar mogelijkik
zie niets dan het stof der wegen en
het blauw des hemels
Het waren mijn vroolijke kameraden,
die terugkomen van hun wandeling en
de lange Rotterdammer riep mij toe:
Zeg eens, hoe maakt het uw be
stoven oom van den molen
Ik ging mee naar huis, en liet mij
hun plagerijen, die niet kwaadaardig
waren, maar gevallen, en dacht aan
den armen Hendrik, en toen ik insliep,
was mijn laatste gedachte en ik geloof,
dat ik het wel halfluid gezegd heb:
„Arme, arme oom Hendrik".
IV.
LUXOR-THEATER
vertoont U deze week „De Indi
sche Graftempel" Tweede deel: „Het
monument eener groote liefde".
Architect Fürbringer heeft de
opdracht van den Maharadja van
Eachnapoer, om voor hem een gigan
tische graftempei te bouwen aan
vaard en ls met z'n medewerker
Emll Sperling en diens vrouw Lotte
naar BrltsCh-Indië vertrokken, waar
zij al zeer spoedig met de bouw van
de tempel begonnen zfln. De voort
gang van het werk wordt door een
waterval ln de onmiddellijke omgeving
omgeving zeer sterk belemmerd en
Peter Fürbringer vindt bovendien bjj
z'n Inlandsche architecten niet veel
medewerking. Daar komt nog bij,
dat z'n humeur er niet op vooruit
gaat als z'n verloofde Irene Traven
nog steeds niet naar Indlë komt,
maar ln gezelschap van den Maha
radja en diens neef Ramlgani van
de eene Europeesche metropool naar
de andere trekt.
Irene vermoedt, dat achter deze
Amerlkaansche manier om steden
te zien, meer verborgen is, dan de
Maharadja tegenover haar loslaat,
doch zekerheid hieromtrent krijgt
ze pas in Bombay, waar Sascha Jpo-
gingen doet om met haar ln contact
te komen. Deze samenkomst wordt
verijdeld en Irene trekt, zonder ach
ter het geheim gekomen te zijn, met
den Maharadja naar Eschnapoer,
waar zij met Oostersche pracht en
praal ontvangen wordt.
Het ls Sascha [gelukt onder val-
sche naam in het^kamp der bouw
meesters binnen té dringen. Bij een
bezoek aan het kamp komt Irene de
geheele waarheid omtrent SItha
van Sascha te weten. Zooveel wreed
heid overweldigt haar en ze poogt
den Maharadja tot andere gedachten
te brengen. TevergeefsDe ooster
ling is niet te vermurwen.
De opwindende gebeurtenissen, die
nu volgen tarten iedere beschrijving
en komen slechts bij het aanschou
wen tot hun volle recht.
Het is een zeldzame prachtfilm.
Inbraak.
In de nacht van Vrijdag op Zater
dag werd ingebroken in een kelder
van den bakker M. L. aan de Maas-
heescheweg. Een partij boter, vet en
zeep en ongeveer 70 stuks eieren
werden ontvreemd. De politie zoekt
□aar de daders.
Een laffe daad.
Toen Zondagmorgen de heer P. B.
uit de Spurkt uit de kerk kwam en
zijn fiets wilde nemen, kwam hi) tot
de onaangename ontdekking, dat zjjn
belde banden waren doorgesneden.
De politie heeft de zaak in onder
zoek.
Psychiatrische Inrichting
.,St. Anna" te Venray.
9 Juni 1941. Examens verpleging
zenuw- en zielszieken. Ziekenverpl.
Dipl. B.) 9 candldaten.
Geslaagd de Zusters: M. J. M.
Bosman, G. Haas, A. Houtsma, A.
Koëter, A. Tak. M. Vorachen, M.
Vousten, J. Wennekes.
Rechtbank te Roermond*
Zitting Economlschen Rechter.
M. A. H. R., 33 j. te Venray, f20
of 10 d. b. wegens verboden vervoer
van roggemeel.
H. H. J., hvr. W. te Venray, f 10
boete of 5 d. h, wegens afleveren
van rogge.
J. A. van Y., 21 j. te Venray, f 5
of 3 d. h. met verbeurdverklaring
wegens verboden vervoer van rogge
De Nedertandsdie
"-Pijnstiller
Hoofdpijn
ifiespijn mm
Zenuwpijn
Het is lente, morgen en een Zondag
Een heerlijker lentemorgen kan men
zich niet voorstellen.
De zon stond aan den hemel, en ver
dreef met gulden stralen de nevelen, die
als een doorschijnende goudwaas golf
den over den grond en betooverend
schoon schenen opgehangen te zijn
tusschen de machtige takken en krui
nen van het Lischwoud.
Soms streek een lichte morgenwind
door het gebladerte en dan plooide zich
het doorzichtige gordijn in duizend
grillige vouwen, en vielen dan de zon
nestralen door een opening binnen in
dit geheimzinnige prachtpaleis, van de
lente, dan schitterde en fonkelde, dan
straalde en dan vlamde het er door
henen met alle kleuren van den regen
boog, en dan regende het paarlen en
robijnen, alsof men beneden door het
donzige mos den weg wilde bestrooien
voor een konings-intocht.
Alles geurde, groeide en bloeide om
strijd, ook in het Lischbosch.
Van den hoogrand, welke zich de
lezers nog wel zullen herinneren uit het
verhaal van den armén oom Hendrik,
daalde schuin een gele weg neer, die
tusschen vqver en molen heen, naar
het dorp liep.
Het was een groot dorp, maar aan
den molen dan zaagt ge in het veld
dat het dal van het dorp scheidde, hier
en daar groote roode daken opduiken
uit het groen der boomen, en dat zag
er allerliefst uit.
In de verte, dat wil zeggen, op een
goede twintig minuten afstand, verhief
zich de kerktoren, boven huizen en
boomen.
Daar ging dan ook de .gele weg"
op af.
Wij noemen den weg den gelen weg,
zoo heette hij onder de meesten van het
dorp, en niet anders, hoewel hij alleen
geel was op de helling en in het bosch.
Wordt vervolgd