TWEEDE BLAD VAN PEET, EN MAAS Smeulend vuur. ABDIJSIROOP Andere tijden FEUILLETON. Sociale Wetgeving. Geboorte-varia. Kou geval op de luchtpijpen? Het systeem der Bouwkassen. Zaterdag 22 Januari 1938 Negen en vijftigste Jaargang No 4 't Leven was vroeger zooveel gemakkelijkerdenk maar eens aan vöör den oorlog! We kenden toen geen crisis en geen werk loosheid, geen hooge belastingen en geen woningnood. En tochwaren de menschen toen zooveel zuiniger. Men „zette de tering naar de nering" en men zou 't een schande gevon den hebben, niet elk jaar een rond sommetje te hebben over gespaard. Nu noemt de jongere generatie die zuinigheid... gierigheid en vindt dat 't geld er is om uitge geven te worden. Inderdaad wordt het veel ge makkelijker uitgegeven, zelfs weg gesmeten. O, men bedoelt het zoo nietmaar we hebben ons nu eenmaal allerlei behoeften geschapen, die vroeger weelde waren, 't Is nu niet de vraag of het werkelijk behoeften ZIJN, of 't alleen maar LIJKEN. Het komt er op aan of we ons die dingen weer kunnen ontzeggen. Kunnen we ons ontrukken aan gewoonte-dingen Wat moet onder weelde verstaan worden, wat onder Comfort, en wat onder strikt noodzakelijk Moeten we onder „aanpassen" ook al 'n slagwoord van den dag verstaan afstand te doen van al wat het leven gemakke lijker en aangenamer maakt? De stofzuiger, de vaste wasch- tafel, de electrische waterketel behooren eigenlijk niet tot weelde artikelen, omdat ze een massa tijd en werkkracht uitsparen, maar jammer genoeg staan ze nog niet onder 't bereik van ieders beurs. Nu de meeste burgergezinnen het zonder meid moeten stellen, zijn deze zaken haast onontbeerlijk. Moeten we onder aanpassen verstaanslechte kost, slechte kleeding? Het ontzeggen van alle ontspanning? Wie heeft eigenlijk 't meest den mond vol van „aanpassen" Degenen, die... er zelf nog goed bij zitten. Die vinden 't zoo een voudig dat... ANDEREN zich aanpassen aan veranderde levens omstandigheden. „Men" behoeft toch niet elke week naar de cinema te gaan, „men" kan klei ner wonen, „men" kan zijn kin deren eenvoudiger opvoeden... Och, er zijn zoovele gezinnen die reeds veel meer „aangepast" hebben, dan die anderen denken. Wat weten deze eigenlijk af van de zorgen van een huisvader, een moeder, die „de tering naar de nering" moeten zetten, als de nering zoo verschrikkelijk inge krompen is? Bezuinigd wordt er vaak, op alle manieren. Maar eiken dag kost het hoofdbrekenshoe zul len we er door geraken Hoe onze kinderen het noodige te geven, ze deftig op te voeden Zij trachten zich aan te passen. Evenals de werkloozen zich aangepast hebben in den tijd van Oorspronkelijke Roman door B. VIELER, schrijver van Mattesen Ties de Kiesjeskel. Nadruk verboden. 40. Dat het op een partij bij den ont vaDger jolig toeging, daarvoor zorgde de oude heer met zijn nooit falenden humor, beter dan een dozijn gichelen- de, onbeteekende en nietszeggende nufjes. Eerst had de pastoor, toen de tijd der toasten gekomen was, een korte, hartelijke toespraak gehouden; waar bij de oogen der dames heel even vochtig geworden waren. Daarop had de burgervader den ouden heer gevierd in kernachtige, eenvoudige mannentaal. Op beide speechen had de jubi laris zulke geestige antwoorden ge geven en zoo koddig ad rem getoond, dat de gasten niet tot bedaren kon den komen van het lachen. Toen het ergste gejoel eenigszins aan 't luwen kwam, vroeg dokter Delmotte het woord. Hooggeachte jubilaris en feest- genooten, zoo begon hij. De vriendschap, die de van Melles en de Delmottes verbindt, is reeds zeer oud. Ze dateert zelfs van vóór mijn geboorte. Hoevele bewijzen van ware onbaatzuchtige vriendschap en hartelijke genegenheid hebben mijn overleden ouders van de zijde der van Melles mogen ondervinden het „stempelen". Al is er dan officieel geen werkloosheid meer, we weten beter! Hoevelen zijn er niet, die niet zeker zijn van den dag van morgen Die „mis schien" werk zullen vinden... een dag, een week, een maand En dan weer opnieuw mogen gaan zoeken en wachten En zoo er minder werkloos heid is (ik bedoelgeen meer wat dan te zeggen van de lage loonen, voora' voor intellectueele werkers O, iedereen past zich wel aan... Maar ten koste waarvan? Op de eerste plaats van hun gezond heid, hard werken en weinig eten... maar erger is de moreele terugslag van gedwongen werk loosheid of onderbetaald werk. Wat weet men van de sloopen- de ontmoediging, de vertwijfeling van velen, zeer velen, die „teveel hebben om te sterven en te wei nig om te leven", gelijk de volks mond 't zoo krachtig zegt? Wat weet men van den twijfel, van den strijd, van bovenmen- schelijke inspanning om toch vol te houden, toch voort te gaan, dag in, dag uit, zonder een sprankje hoop op betere tijden Ook hier ligt weer een taak voor de vrouw. Zij kan zich aan passen, veel beter dan de man. Maar zij moet de anderen daaren boven helpen, zich aan te passen. Een oud spreekwoord is er nog dat zegt„waar de nood de deur inkomt gaat de liefde 't venster uit". Daar is helaas wel iets van waar. Aan de vrouw om de liefde te bewaren. Juist wanneer materieele zorg drukt, moet er méér liefde zijn om 't gezin bijeen te houden, om vereenigd sterk te staan in den strijd. Waar de moeder den moed verliest, zal het heele huis gezin den strijd opgeven. Daaren tegen, waar zij voor eenieder nog een woord van troost, /an op beuring en aanmoediging over heeft, ook al is haar hart be angstigd, zal er nog een straal van hoop blijven schemeren... Moeilijk is het, zeker, maar hebben we niet altijd erkend dat de taak der vrouw geen gemak kelijke is?.... Aan twee gevaren staat zij blootopstandig te worden of zich te laten ontmoedigen. Strijd is er noodig. Berusting is geen lijdzaam heid, een eenvoudig machteloos staan tegenover hetonafwendbare. Het is iets veel hoogers, want het wordt een deugd, wanneer daaronder kinderlijke onderwer ping aan Gods' Wil verstaan wordt. Dan is er geen gevaar meer voor ontmoediging, noch voor opstandigheid Als de vrouw zich werkelijk aanpast aan het moeilijke, soms zware leven met zooveel groote verantwoordelijkheden, zal het zijn in een blijde berusting, steeds strijdend, of betergereed tot den strijd, en vol vertrouwen. E. de Montaigne. 'K 70U ZOO ZEGGEN wel m°geltik> dat achteraf de kosten nog voor rekening van het Invali- (Op onze naam moeten we letten). Het gaat met onze zuivelproduc ten niet al te goed. Met name niet met de boter en de kaas. Heel de zuivelwereld is geschrokken van het feit, dat op de internationale zuivel- keuringen, die enkele maanden ge houden zijn, onze boter en kaas, en wel vooral onze boter een rangnum mer kreeg, dat beduidend ver van nummer één af was. Dat hadden we niet gedacht. We leefden zoo op onze oude roem die wijd en zijd vermaard was over heel de boteretende wereld, dat we misschien meenden, dat ons record niet te verbeteren was. Maar in deze tijd vol van sport weet men ook, dat er altijd weer getracht werd om het een of ander record te verbeteren. Dat is zoo ook gegaan met uit muntendheid van onze zuivelproduc ten. Er kwamen recordverbeteraars. Of zooals we dat duidelijker zeggen kunnen, er kwamen concurrenten op de wereldmarkt, die trachtten een beter product te leveren dan het Hollandsche. En dat is hun gelukt. En wij hebben, laat ons maar eerlijk zijn, niet genoeg gedaan om in die wedloop naar een beter product vooraan te blijven. Wij teerden teveel op oude roem. En nu ons achter aan komen in cijfers wordt uitgedrukt in een algemeene wedstrijd, schrikken we op. Op alle vergaderingen van de Alge meene Nederlandsche Zuivelbond wordt ons achteraansukkelen gewe zen en vraagt men zich af, wat er gedaan moet worden. Er zal als we het wel hebben een commissie be noemd worden om te onderzoeken, hoe men zal moeten handelen. 'k Zou zoo zeggendaar is geen commissie voor noodig ieder moet zijn best doen een zoo goed mogelijk product te leveren. En nooit moet men tevreden zijn met wat bereikt is, doch streve men naar... nog beter. diteitsfonds worden genomen. Meestal I zal het echter mogelijk zijn zich vóór de operatie nog even met den Raad van Arbeid te verstaan, die desnoods telegrafisch of telefonisch een beslissing van de Rijksverzeke ringsbank zal kunnen vragen. VRAAG 3. Is een naaister, welke eenige leermeisjes bij zich heeft, en die elk 2 gld. leergeld per maand betalen, verplicht zegels te plakken P. ANTWOORD. Neen, zoolang er lesgeld betaald wordt, is er geen loondienst aanwezig, zoodra echter het lesgeld ophoudt, moet er geplakt worden en wel 25 cent per week, als er niets verdiend wordt, of 30, 40, 50 cent naar gelang den leeftijd, n.l. 1416 jaar 30 cent1621 jaar 40 cent, boven 21 jaar 50 cent. VRAAG 4. Een verzekerde gebo ren in Dec. 1901 heeft 920 zegels geplakt ten bedrage van 450 gld. Hij heeft een rentekaart van af het begin der wet. Ze is niet meer in loondienst. Heeft ze nu recht op ouderdomsrente op 65-jarige leeftijd of moet er nog geplakt worden, en wat is dan haar uitkeering X. ANTWOORD, betrokkene heeft recht op ouderdomsrente, mits zij nog blijft plakken totdat zij ten minste 1248 zegels heeft. Er moeten dus door haar nog 328 zegels ge plakt worden. Dan is haar ouder domsrente f 3 per week. Blijft zij echter geregeld doorgaan met het plakken van zegels van 25 cent, dan zal straks haar ouderdomsrente ongeveer 180 gld. per jaar bedragen. Zuidw. SCHOFFELEN. VRAAG 1. Een weduwe ontvangt als weduwenrente een bedrag van 3.60 gld. per week. Voor haar man was gedurende 600 weken een be drag van ongeveer 360 gld. aan zegels geplakt. Een kennis van haar, ook weduwe, voor wier man minder zegels geplakt waren, heeft evenveel rente. Is er geen kans op een hoo- gere rente X. ANTWOORD. Neen, de weduwen- rente van 3.60 gld. per week is juist. Recht op een hoogere rente bestaat nietdit bedrag is het maximum. Het bedrag der weduwen- of weezen- rente hangt niet af van den duur der verzekering, maar uitsluitend van de waarde der geplakte zegels (zegels van 60 cent geven meer rente dan zegels van 25 cent) en van het regelmatige plakkenhoe minder open vakken op de rentekaarten, hoe grooter rente! Daarom gaven en geven wij altijd den raad bg werk loosheid of bij geen loondienst zelf te plakken, en liefst zoo hoog moge lijk. VRAAG 2. Kan een arbeider op grond van zijn rentekaart na een spoed-operatie nog bij den Raad van Arbeid kostelooze geneeskundige be handeling aanvragen P. te Helmond. ANTWOORD. Om in aanmerking te komen voor kostelooze behande ling, volgens art 99 der wet is noodig, dat blijvende invaliditeit dreigt, welke kan worden voorkomen. In het algemeen nu zal bij een spoed operatie de afwending van levensge vaar beslissend zijn. Hieruit volgt, dat dan niet in geding is de vraag, of dreigende invaliditeit kan worden voorkomen. In een bijzonder geval is echter Er is mij persoonlijk veel daarvan ontgaan, eensdeels omdat ik nog te jong was, om de verhevenheid dier vriendschap te beseffen en later ten gevolge van mijn afwezigheid ge durende mijne studiejaren. Dankbaar moet ik echter memoreeren de appels en noten die ik als kleine jongen en de sigaren die ik als studiosus uit de handen van den ontvanger heb mogen ontvangen. Hoe vaak heeft mijn goede vader zaliger mij verzekerd, dat het de ontvanger was geweest, die hem hel hoofd boven water had doen houden, toen hij, na den dood van mijn helaas te vroeg ontslapen moeder, meende niet meer te kunnen leven en hij van verdriet begon weg te kwijnen. Meermalen heeft mijn vader mij verhaald, hoe hij van zijn kant den ontvanger had bewonderd, toen diens trouwe gade zoo onverwacht van zijn zijde weggerukt werd hoe deze zich uiterlijk had bedwongen, om zijn omgeving niet tot droefheid te stemmen, terwijl hij innerlijk een weldoenden doodencultus had ge houden, waarover hij zich tegenover niemand uitliet, ofschoon mijn vader er toch iets van gemerkt had. Menschen, die het leven met zijn zegeningen en tegenslagen op een dergelijke wijze weten te leven, zijn meer te benijden dan een koning op den machtigslen troon. Het is niet iedereen gegeven, wanneer aardsche smarten en tegen spoeden ons tot melancholie en zelfs tot geestelijke verdooving dreigen te brengen, die sombere spoken van zich af te schudden maar oom van Melle verstond de kunst door een vroolijk woord of een raken kwink slag de wolken der droefgeestigheid te doen verdwijnen. Droefgeestigheid is trouwens een uitdrukking die hij uit zijn woordenboek geschrapt heeft, Ziet dien benijdenswaardigen ouden heer eens aan 1 Onderbreking van den ontvanger De duvel is oud 1 Geroep Bravo zeer goed 1 Juist, ont vanger 1 Hoe oud iemand is, dat zegt u zijn gezicht 1 Nu vraag ik u, wie onzer voelt zich nog zoo jong als die jongeling daar met de witte haren Nieuwe onderbreking van den ont vanger Wil je soms met me ruilen Mijne vrienden, vervolgde de dokter, de onderbrekingen van d*n jubilaris zijn de bewijzen van zijn nooit falende blijmoedigheid en zijn blijmoedigheid vindt haar oorsprong in zijn ongeëvenaarde tevredenheid. Qui suis rebus contentus est buic maximae ac certissimae divitiae die tevreden is met zijn eigen lot bezit de grootste en zoetste rijkdom Men zoekt naar den steen der wijzen weet ge wat de wsre steen der wijzen is Dat is de tevredenheid 1 En tevredenheid gemengd met blij moedigheid verlengen het leven en geven smaak aan de spijzen. Daarom, mijne vrienden, wil ik hier den wensch uitspreken, dat het onzen vriend van Melle, de oudste in jaren, maar vsn harte de jeugdigste van het heele gezelschap, gegeven moge zijn nog een reeks van jaren ons met zijn op- gewekten humor te verheugen en 'k noodig u uit met mij uwe glazen te ledigen op de gezondheid, de blij moedigheid en de tevredenheid van BaarnSoest. Wie met het gezicht naar het paleis Soestdijk staat, ziet, dat er onmiddellijk aan zijn linkerzijde een watertje ligt. Dat is de Praamgracht en deze vormt de scheiding tusschen de gemeenten Soest en Baarn. Het paleis ligt aan den Baarnschen kant, maar het tegenover het paleis ge legen hotel Trier hoort tot Soest. De Praamgracht loopt tusschen beide gebouw en door. Tusschen het paleis Soestdijk en de woonwijk van Baarn liggen uit gestrekte, zéér mooie bosschen, welke des zomers vrij druk worden bezocht. Men moet echter over enkele kilometers weg door deze bosschen heen om in de woonwijken van Baarn te komen. Tot de woongemeenschap van deze gemeente hoort het paleis Soestdijk dus niet. Het paleis maakt practisch deel uit van het dorp Soestdijk, dat mét de dorpen Soest-kom en Soesterberg tot de gemeente Soest behoort. Wie dan ook 't paleis willen gaan bezien, dienen hun schreden te richten naar Soest, meer precies gezegdnaar het dorp Soestdijk, en niet naar Baarn. Wglen Koningin Emma, die vóór JulianaBernard het paleis Soestdijk bewoonde, bezocht des Zondags vrg regelmatig de Hervormde Kerk in Soest-kom. Geboorte-journalistiek. Het is een mooie onderscheiding, maar overigens een moeilijk werk, om een koninklijke geboorte journa listiek te „verslaan". Denken we eens aan de vele buitenlandsche journa listen, die dagenlang in hotel-Trier te Soestdijk hebben gebivakkeerd en de tientallen Nederl. dagbladrepor ters, die hun kwartier hadden in het Bad-Hotel te Baarn. Wat viel er voor hen practisch uit te richten Ze moeten wachten op „het" nieuws, zooals ieder ander er op moest wach ten, hoogstens een minuut eerder wisten ze „het" dan anderen. Hun tijd moesten ze korten met het aftasten van de „sfeer" in en rond het paleis, het uitvragen van het personeel naar de gasten, het komen en gaan van de doktoren en de verpleegsters. Daarvan vertellen ze dan wat in bun correspondenties welke worden aangevuld met 'n „noot", een anecdote. En verder is het'n beetje sabbelen op den jour- I nalistieken duim. Toen Juliaantje geboren zou wor den, maakte schrijver dezer regelen deel uit van een ploeg pennevoerders, welke een kamer van het paleis aan het Noordeinde in Den Haag als „wachtlokaal" had toegewezen ge kregen. Al was er voor ons niet veel te doen, de spanning was er niet minder om. Het bericht, dat twee geneesheeren bij H. M. de Koningin in consult waren getreden, was de discrete aanduiding v?an wat te ge beuren stond. Zes en dertig uur hebben de meesten onzer op hun wachtpost doorgebracht. Er was zorg onder ons, zooals er toen reeds zorg was in het geheele land. Reeds meerdere malen in het huwelijksleven van H. M. was een hoopvolle verwachting in een teleur stelling omgeslagen. 't Is te begrijpen, hoe dubbel ver heugend daarom de tijding was, omstreeks 7 uur in den ochtend van 30 April 1909, dat een prinses was geboren en dat moeder en kind het wél maakteD. Er was nog geen radio in die dagen, zoodat de nieuwsbladen voor verspreiding van de heuglijke tijding moesten zorg dragen. Op elk kran tenbureau lagen twee groote stapels Oranjebulletins gereed, de eene te verepreiden bg de geboorte van een prins, de andere bij die van een prinses. Zelfs de namen, welke het prinse lijk kind bg de geboorte zou ont vangen, stonden er al op vermeld. Auto's snorden weldra door alle plaatsen van ons landbundels billetten werden overal uitgeworpen en over de straten verspreid. In korte tijd was onze Nederlandsche bodem bezaaid met deze Oranje- papiertjes. Het is ergens gebeurd, dat de verspreiders in hun haast verkeerde pakken meenamen en aldus van de geboorte van een prins kond deden Elk jaar 'n prinsje Ik bleef dien dag van 30 April in Den Haag. In zulke omstandig heid kan men nergens beter wezen, want als het Oranje betreft, dan kan het „daftige Hègje" losraken Op dien 30 April viel alle verschil van rang en stand weg en heel de bevolking was een hossende massa. Ja, dan is er echte vreugde en jolijt in Den Haag. Het volk werd niet moede van te juichen voor het paleis Noordeinde. Tegen 10 uur 's ochtends reed Prins Hendrik uit naar het Depar tement van Binnenlandsche Zaken, waar hij meen ik formeel mededeeling ging doen van de heu gelijke gebeurtenis. Het volk spande de paarden van het rijtuig en trok hetzelve naar de bestemde plaats. Maar achter 't rijtuig „haakte" de massa „aan". De voorsten hielden 't rijtuig van achteren vast en de overigen klemden zich aan eikaars schouders. En zóó ging het voor waarts, hossende en zingende „Elk jaar 'n prinsie, elk jaar 'n prinsie, ó-ó-ohwat is dat lé-é-ven sjeun Het was op de wijze van het in die dagen populaire lied „Susanna." En Prins Hendrik deed, wat een gelukkige vader slechts te doen overblijft bij zulke huldiging hg glimlachte beminnelijk. Trouwens, prins Hendrik kon zoo iets ik bedoelzoo'n vroolijkheidje wel hebben Toen de Koningin geboren werd. Zeker, de geboorte van de Konin gin dateert van vóór mijn tijd, maar uit mijn jeugd herinner ik me toch, hoezeer dat feit ons volk toen had Die snijdende Noordenwind is oorzaak dat menschen met zwakke luchtpij pen dadelijk gaan hoesten. Past op, grijpt nog heden in, want ge staat meer dan anderen bloot aan een chronische bronchitis, die lang duurt Verzorg U daarom dadelijk met het voor U aangewezen middel, de nieuwe verstèrkte I Abdijsiroop. Dat is een natuurlijk kruiden middel en werkt zacht en grondig op Uw aangedane slijmvliezen. Bovendien is in de nieuwe Abdijsiroop nu nog toegevoegd de krachtig hoest-bedwingende stof codeïne, welke uiterst snel en verrassend Uw hoest verdrijft en Uw bronchitis tot staan brengt. Terecht noemt men thans Akker's Abdij siroop om zijn bijzondere samenstelling s Werelds béste Hoest-siroop", want de werking bü Hoest. Griep, Bronchitis. Asth ma is werkelijk verbazing-wekkend, dat zult U bij de aanwending ondervinden. AKKER 's verstèrkte Flac. 90 ct., f 1.50, f 2.40, f 4.20. Overal verkrijgbaar. Hoe grooter flacon, hoe voordccliger het gebruik. onzen jubilaris 1 Hij leve lang Hang lang Dokier Delmotte, die in het mid den der tafel zat tegenover den ont vanger, stiet met dezen hel eerst aan. De oude heer fluisterde schalks in zijn wijnzaligheid over de tafel heen 1 tot den spreker Als ge 't recept voor de blij moedigheid wilt hebben, kom dan maar bij mij, Alfred. Ik geloof dat ik je kan helpen Waarachtig, ik geloof het ook! Lustig werden deze woorden geuit door den dokter, die daarbij de oogen naar Netje richtte, welke wat verderop aan de overzijde der tafel zat naast dokter Welborn. Ze kreeg een k'eur, want zij had de tusschen haar vader en Alfred gewisselde woorden verstaan. Wat zeggen ze vroeg Soledad, die schuin tegenover Netje zat naast den zoon van den burgemeester. De oude ontvanger gaf het ant-1 woord in de plaats van zijn dochter Ik heb tegen je papa gezegd, dat hij een oogje op je moet Houden! Dat je anders wel eens met Louis zoudt kunnen wegloopen, om in Indië petroleum te gaan boren 1 j Geen nood, oome ontvanger! Louis weet wel wie hij liever mee neemt 1 Ik zal op een andere kans moeten wachten 1 j Nou, er zal nog wel eens een andere ingenieur voor je komen, juffer Soldaat, zooals de Klsproos zou zeggen 1 Nu was het de beurt aan Soledad om te kleuren, want de woorden van den ouden heer doelden op Lucien Descamps, die weldra zijn ingenieursexamen zou doen en van wien men veronderstelde, dat hij een oo^je had op de rijke erfdochter. Louis, de zoon van den burge meester. had kort geleden een Ban s'elling gekregen als mijningenieur bii een petroleum maatschappij in Indië. Hij ^'as met toestemming zijner ouders geëngageerd en zou nog voor zijn verirek in het huwelijk treden. Tingl Ting 1 klonk het tegen het glas van den jubilaris, die opgestaan was om den toast van dok Ier Del moite te beantwoorden. Hooggeachte dischgenooten 1 Laat ik u allen hartelijk dank zeggen, voor uwe zoojuist geuite heilwenschen Na den heer pastoor en den burgemeester wil ik vooral den vorigen spreker bedanken, die U tot dien heildronk aangezet en daarbij snaren aangeraakt heeft, wier toonen in mijn binnenste een teeren weerklank gevonden hebben, Alfred Delmotte heeft gesproken over de vriendschap, die mij met zijn ouders verbonden heeftik van mijn kant bem er trotsch op, dat die vriend schap is overgeërfd op den zoon, dien wij allen zoo hoogachten. Hij heeft mij zoojuist een beetje geki'teld met zijn uitlatingen over tevreden J heid en blijmoedigheid. Ik verlang ech'er volstrekt geen beslag te legden op hel monopolie van die hoedanigheden, want, mijn waarde vrienden, die liggen werkelijk voor iedereen te grabbel, als we maar de moeite willen doen er de hand naar uit te steken en er gebruik vaa te maken Er zijn echter men schen, die er geen oog of geen oor voor hebben en ze niet vinden kun nen En toch zijn die twee hoe danigheden zoozeer noodig, Diegene die geen tevredenheid kent, kan nooit een gemakkelijken stoel vinden en aangegrepen. Het voortbestaan van het Huis van Oranje hing geheel af van de vraag of het huwelijk van koning Willem III met koningin Emma, al of niet met 'n kind of kinderen zou worden gezegend. Nog jaren na de geboorte van de huidige Koningin zong men de vreugde van '80 uit. Men zong van de klokken, welke de heug'lijke tijding hadden gebracht De klokken van onzen toren Ze klonken zoo luid Ze klonken zoo zwaar Er was een prinsesje geboren, 't Ging op de wijze van de „Zilveren vloot." Bim-bam, bira-bam Wie op de wereld kwam, 't Was een prinsesje klein, Welke later Koningin zal zijn. Weet je wat mijn vader Nu dadelijk deed Hij ging van de rolderdefcolder De trap op en stak Fluks de vlag uit het luik, Het luik, bovenop den zolder! Flip-flap, flip-flap Zoo wapperde de vlag Ach menschen, kijk eens gauw (Bis) 't Is feest, 't is feest Rood wit en blauw L'histoire se repète. De geschie denis herhaalt zich. De directies verdedigen het. Geen sneeuwbalsysteem Natuurlijk heeft het stelsel voordeden. Wegen deze tegen de nadeelen op Zijn de hypotheken „renteloos en opzegbaar V* Over hetgeen ik in een vorig artikel opgemerkte inzake het sys teem der Bouwkassen moge men oordeelen zooals men wil, één ver dienste zal mijn bijdrage niet ont zegd kunnen worden, n.l. dat ik middels de pers, de publieke belang stelling heb gecontreerd op een finantieel-economische actie ten on zent, welke zich de laatste jaren zeer sterk heeft ontwikkeld en een belangrijke factor wordt (dreigt te worden in onze maatschappelijke die de blijmoedigheid mist zal aan den kostelijksten wijn een bitteren bijsmaak proeven. Vele menschen hebben de ge woonte. wanneer ze uitgaan hun rookgerei in hun zak te steken; dat is heel goed, want daar kunnen ze plezier van hebben. Maar nog veel noodiger als dat rookgerei, is het een goede dosis tevredenheid en een buil'vol blijmoedigheid mee te nemen Kun je er nog een prise leutigheid bij doen, des te beter, 't is mij wel eens overkomen misschien zult ge 't niet gelooven, dat ik 's avonds op mijn pintje was gegaan en ver geten had mijn goed humeur mee te brengen. Dan heb ik daar in den Duiventros zitten suffen en waar schijnlijk de andere gasten ook nog verveeld, zoodat zelfs de Klaproos met haar leute de plooien niet uit mijn voorhoofd heeft kunnen weg strijken. Gelukkig kreeg ik altijd spoedig in de gaten wat mij scheelde en meestal kon ik ma genezen door nog eens diep in mijn zakken te foemelen of er niet toch nog iets van mijn goeje luim in achter gebleven was. Als ik het heelemaal niet meer kon vinden. ging ik over tot het laatste hulpmiddel en bestelde een flesch ouden wijn. Dat recept is patent, dat helpt nog beter als ricinusolie. Ja. mijn vrienden, wij zelf kunnen er veel toe bijdragen, dat er zoo weinig donkere dagen als maar eenigszins mogelijk in onzen levenskalender voorkomen. Wordt vervolgd.

Peel en Maas | 1938 | | pagina 5