TWEEDE BLAD VAN PEET, EN MAAS
Smeulend vuur.
ABDIJSIROOP
Andere tijden
FEUILLETON.
Sociale Wetgeving.
Geboorte-varia.
Kou geval op
de luchtpijpen?
Het systeem der
Bouwkassen.
Zaterdag 22 Januari 1938
Negen en vijftigste Jaargang No 4
't Leven was vroeger zooveel
gemakkelijkerdenk maar eens
aan vöör den oorlog! We kenden
toen geen crisis en geen werk
loosheid, geen hooge belastingen
en geen woningnood.
En tochwaren de menschen
toen zooveel zuiniger. Men „zette
de tering naar de nering" en
men zou 't een schande gevon
den hebben, niet elk jaar een
rond sommetje te hebben over
gespaard.
Nu noemt de jongere generatie
die zuinigheid... gierigheid en
vindt dat 't geld er is om uitge
geven te worden.
Inderdaad wordt het veel ge
makkelijker uitgegeven, zelfs weg
gesmeten. O, men bedoelt het
zoo nietmaar we hebben ons
nu eenmaal allerlei behoeften
geschapen, die vroeger weelde
waren, 't Is nu niet de vraag of
het werkelijk behoeften ZIJN, of
't alleen maar LIJKEN. Het komt
er op aan of we ons die dingen
weer kunnen ontzeggen.
Kunnen we ons ontrukken aan
gewoonte-dingen Wat moet
onder weelde verstaan worden,
wat onder Comfort, en wat onder
strikt noodzakelijk
Moeten we onder „aanpassen"
ook al 'n slagwoord van den
dag verstaan afstand te doen
van al wat het leven gemakke
lijker en aangenamer maakt?
De stofzuiger, de vaste wasch-
tafel, de electrische waterketel
behooren eigenlijk niet tot weelde
artikelen, omdat ze een massa
tijd en werkkracht uitsparen,
maar jammer genoeg staan ze
nog niet onder 't bereik van
ieders beurs. Nu de meeste
burgergezinnen het zonder meid
moeten stellen, zijn deze zaken
haast onontbeerlijk.
Moeten we onder aanpassen
verstaanslechte kost, slechte
kleeding? Het ontzeggen van alle
ontspanning?
Wie heeft eigenlijk 't meest
den mond vol van „aanpassen"
Degenen, die... er zelf nog goed
bij zitten. Die vinden 't zoo een
voudig dat... ANDEREN zich
aanpassen aan veranderde levens
omstandigheden. „Men" behoeft
toch niet elke week naar de
cinema te gaan, „men" kan klei
ner wonen, „men" kan zijn kin
deren eenvoudiger opvoeden...
Och, er zijn zoovele gezinnen
die reeds veel meer „aangepast"
hebben, dan die anderen denken.
Wat weten deze eigenlijk af van
de zorgen van een huisvader,
een moeder, die „de tering naar
de nering" moeten zetten, als de
nering zoo verschrikkelijk inge
krompen is?
Bezuinigd wordt er vaak, op
alle manieren. Maar eiken dag
kost het hoofdbrekenshoe zul
len we er door geraken Hoe
onze kinderen het noodige te
geven, ze deftig op te voeden
Zij trachten zich aan te passen.
Evenals de werkloozen zich
aangepast hebben in den tijd van
Oorspronkelijke Roman door
B. VIELER, schrijver van Mattesen
Ties de Kiesjeskel. Nadruk verboden.
40.
Dat het op een partij bij den ont
vaDger jolig toeging, daarvoor zorgde
de oude heer met zijn nooit falenden
humor, beter dan een dozijn gichelen-
de, onbeteekende en nietszeggende
nufjes.
Eerst had de pastoor, toen de tijd
der toasten gekomen was, een korte,
hartelijke toespraak gehouden; waar
bij de oogen der dames heel even
vochtig geworden waren.
Daarop had de burgervader den
ouden heer gevierd in kernachtige,
eenvoudige mannentaal.
Op beide speechen had de jubi
laris zulke geestige antwoorden ge
geven en zoo koddig ad rem getoond,
dat de gasten niet tot bedaren kon
den komen van het lachen.
Toen het ergste gejoel eenigszins
aan 't luwen kwam, vroeg dokter
Delmotte het woord.
Hooggeachte jubilaris en feest-
genooten, zoo begon hij.
De vriendschap, die de van
Melles en de Delmottes verbindt, is
reeds zeer oud. Ze dateert zelfs van
vóór mijn geboorte. Hoevele bewijzen
van ware onbaatzuchtige vriendschap
en hartelijke genegenheid hebben
mijn overleden ouders van de zijde
der van Melles mogen ondervinden
het „stempelen". Al is er dan
officieel geen werkloosheid meer,
we weten beter! Hoevelen zijn
er niet, die niet zeker zijn van
den dag van morgen Die „mis
schien" werk zullen vinden... een
dag, een week, een maand En
dan weer opnieuw mogen gaan
zoeken en wachten
En zoo er minder werkloos
heid is (ik bedoelgeen meer
wat dan te zeggen van de lage
loonen, voora' voor intellectueele
werkers
O, iedereen past zich wel aan...
Maar ten koste waarvan? Op
de eerste plaats van hun gezond
heid, hard werken en weinig
eten... maar erger is de moreele
terugslag van gedwongen werk
loosheid of onderbetaald werk.
Wat weet men van de sloopen-
de ontmoediging, de vertwijfeling
van velen, zeer velen, die „teveel
hebben om te sterven en te wei
nig om te leven", gelijk de volks
mond 't zoo krachtig zegt?
Wat weet men van den twijfel,
van den strijd, van bovenmen-
schelijke inspanning om toch vol
te houden, toch voort te gaan,
dag in, dag uit, zonder een
sprankje hoop op betere tijden
Ook hier ligt weer een taak
voor de vrouw. Zij kan zich aan
passen, veel beter dan de man.
Maar zij moet de anderen daaren
boven helpen, zich aan te passen.
Een oud spreekwoord is er
nog dat zegt„waar de nood de
deur inkomt gaat de liefde 't
venster uit". Daar is helaas wel
iets van waar.
Aan de vrouw om de liefde te
bewaren. Juist wanneer materieele
zorg drukt, moet er méér liefde
zijn om 't gezin bijeen te houden,
om vereenigd sterk te staan in
den strijd. Waar de moeder den
moed verliest, zal het heele huis
gezin den strijd opgeven. Daaren
tegen, waar zij voor eenieder nog
een woord van troost, /an op
beuring en aanmoediging over
heeft, ook al is haar hart be
angstigd, zal er nog een straal
van hoop blijven schemeren...
Moeilijk is het, zeker, maar
hebben we niet altijd erkend dat
de taak der vrouw geen gemak
kelijke is?....
Aan twee gevaren staat zij
blootopstandig te worden of
zich te laten ontmoedigen.
Strijd is er noodig.
Berusting is geen lijdzaam
heid, een eenvoudig machteloos
staan tegenover hetonafwendbare.
Het is iets veel hoogers, want
het wordt een deugd, wanneer
daaronder kinderlijke onderwer
ping aan Gods' Wil verstaan
wordt. Dan is er geen gevaar
meer voor ontmoediging, noch
voor opstandigheid
Als de vrouw zich werkelijk
aanpast aan het moeilijke, soms
zware leven met zooveel groote
verantwoordelijkheden, zal het
zijn in een blijde berusting, steeds
strijdend, of betergereed tot
den strijd, en vol vertrouwen.
E. de Montaigne.
'K 70U ZOO ZEGGEN wel m°geltik> dat achteraf de kosten
nog voor rekening van het Invali-
(Op onze naam moeten we letten).
Het gaat met onze zuivelproduc
ten niet al te goed. Met name niet
met de boter en de kaas. Heel de
zuivelwereld is geschrokken van het
feit, dat op de internationale zuivel-
keuringen, die enkele maanden ge
houden zijn, onze boter en kaas, en
wel vooral onze boter een rangnum
mer kreeg, dat beduidend ver van
nummer één af was. Dat hadden we
niet gedacht.
We leefden zoo op onze oude roem
die wijd en zijd vermaard was over
heel de boteretende wereld, dat we
misschien meenden, dat ons record
niet te verbeteren was.
Maar in deze tijd vol van sport
weet men ook, dat er altijd weer
getracht werd om het een of ander
record te verbeteren.
Dat is zoo ook gegaan met uit
muntendheid van onze zuivelproduc
ten.
Er kwamen recordverbeteraars.
Of zooals we dat duidelijker zeggen
kunnen, er kwamen concurrenten op
de wereldmarkt, die trachtten een
beter product te leveren dan het
Hollandsche. En dat is hun gelukt.
En wij hebben, laat ons maar eerlijk
zijn, niet genoeg gedaan om in die
wedloop naar een beter product
vooraan te blijven. Wij teerden teveel
op oude roem. En nu ons achter aan
komen in cijfers wordt uitgedrukt
in een algemeene wedstrijd,
schrikken we op.
Op alle vergaderingen van de Alge
meene Nederlandsche Zuivelbond
wordt ons achteraansukkelen gewe
zen en vraagt men zich af, wat er
gedaan moet worden. Er zal als we
het wel hebben een commissie be
noemd worden om te onderzoeken,
hoe men zal moeten handelen.
'k Zou zoo zeggendaar is geen
commissie voor noodig ieder moet
zijn best doen een zoo goed mogelijk
product te leveren. En nooit moet
men tevreden zijn met wat bereikt
is, doch streve men naar... nog beter.
diteitsfonds worden genomen. Meestal
I zal het echter mogelijk zijn zich
vóór de operatie nog even met den
Raad van Arbeid te verstaan, die
desnoods telegrafisch of telefonisch
een beslissing van de Rijksverzeke
ringsbank zal kunnen vragen.
VRAAG 3. Is een naaister, welke
eenige leermeisjes bij zich heeft, en
die elk 2 gld. leergeld per maand
betalen, verplicht zegels te plakken
P.
ANTWOORD. Neen, zoolang er
lesgeld betaald wordt, is er geen
loondienst aanwezig, zoodra echter
het lesgeld ophoudt, moet er geplakt
worden en wel 25 cent per week, als
er niets verdiend wordt, of 30, 40,
50 cent naar gelang den leeftijd, n.l.
1416 jaar 30 cent1621 jaar 40
cent, boven 21 jaar 50 cent.
VRAAG 4. Een verzekerde gebo
ren in Dec. 1901 heeft 920 zegels
geplakt ten bedrage van 450 gld.
Hij heeft een rentekaart van af het
begin der wet. Ze is niet meer in
loondienst. Heeft ze nu recht op
ouderdomsrente op 65-jarige leeftijd
of moet er nog geplakt worden, en
wat is dan haar uitkeering X.
ANTWOORD, betrokkene heeft
recht op ouderdomsrente, mits zij
nog blijft plakken totdat zij ten
minste 1248 zegels heeft. Er moeten
dus door haar nog 328 zegels ge
plakt worden. Dan is haar ouder
domsrente f 3 per week. Blijft zij
echter geregeld doorgaan met het
plakken van zegels van 25 cent, dan
zal straks haar ouderdomsrente
ongeveer 180 gld. per jaar bedragen.
Zuidw. SCHOFFELEN.
VRAAG 1. Een weduwe ontvangt
als weduwenrente een bedrag van
3.60 gld. per week. Voor haar man
was gedurende 600 weken een be
drag van ongeveer 360 gld. aan
zegels geplakt. Een kennis van haar,
ook weduwe, voor wier man minder
zegels geplakt waren, heeft evenveel
rente. Is er geen kans op een hoo-
gere rente X.
ANTWOORD. Neen, de weduwen-
rente van 3.60 gld. per week is juist.
Recht op een hoogere rente bestaat
nietdit bedrag is het maximum.
Het bedrag der weduwen- of weezen-
rente hangt niet af van den duur
der verzekering, maar uitsluitend
van de waarde der geplakte zegels
(zegels van 60 cent geven meer rente
dan zegels van 25 cent) en van het
regelmatige plakkenhoe minder
open vakken op de rentekaarten, hoe
grooter rente! Daarom gaven en
geven wij altijd den raad bg werk
loosheid of bij geen loondienst zelf
te plakken, en liefst zoo hoog moge
lijk.
VRAAG 2. Kan een arbeider op
grond van zijn rentekaart na een
spoed-operatie nog bij den Raad van
Arbeid kostelooze geneeskundige be
handeling aanvragen
P. te Helmond.
ANTWOORD. Om in aanmerking
te komen voor kostelooze behande
ling, volgens art 99 der wet is
noodig, dat blijvende invaliditeit
dreigt, welke kan worden voorkomen.
In het algemeen nu zal bij een spoed
operatie de afwending van levensge
vaar beslissend zijn. Hieruit volgt,
dat dan niet in geding is de vraag,
of dreigende invaliditeit kan worden
voorkomen.
In een bijzonder geval is echter
Er is mij persoonlijk veel daarvan
ontgaan, eensdeels omdat ik nog te
jong was, om de verhevenheid dier
vriendschap te beseffen en later ten
gevolge van mijn afwezigheid ge
durende mijne studiejaren. Dankbaar
moet ik echter memoreeren de appels
en noten die ik als kleine jongen en
de sigaren die ik als studiosus uit de
handen van den ontvanger heb mogen
ontvangen.
Hoe vaak heeft mijn goede vader
zaliger mij verzekerd, dat het de
ontvanger was geweest, die hem hel
hoofd boven water had doen houden,
toen hij, na den dood van mijn
helaas te vroeg ontslapen moeder,
meende niet meer te kunnen leven
en hij van verdriet begon weg te
kwijnen.
Meermalen heeft mijn vader mij
verhaald, hoe hij van zijn kant den
ontvanger had bewonderd, toen diens
trouwe gade zoo onverwacht van
zijn zijde weggerukt werd hoe deze
zich uiterlijk had bedwongen, om
zijn omgeving niet tot droefheid te
stemmen, terwijl hij innerlijk een
weldoenden doodencultus had ge
houden, waarover hij zich tegenover
niemand uitliet, ofschoon mijn vader
er toch iets van gemerkt had.
Menschen, die het leven met zijn
zegeningen en tegenslagen op een
dergelijke wijze weten te leven, zijn
meer te benijden dan een koning op
den machtigslen troon.
Het is niet iedereen gegeven,
wanneer aardsche smarten en tegen
spoeden ons tot melancholie en zelfs
tot geestelijke verdooving dreigen te
brengen, die sombere spoken van
zich af te schudden maar oom van
Melle verstond de kunst door een
vroolijk woord of een raken kwink
slag de wolken der droefgeestigheid
te doen verdwijnen. Droefgeestigheid
is trouwens een uitdrukking die hij
uit zijn woordenboek geschrapt heeft,
Ziet dien benijdenswaardigen
ouden heer eens aan 1
Onderbreking van den ontvanger
De duvel is oud 1
Geroep
Bravo zeer goed 1 Juist, ont
vanger 1
Hoe oud iemand is, dat zegt
u zijn gezicht 1 Nu vraag ik u, wie
onzer voelt zich nog zoo jong als
die jongeling daar met de witte
haren
Nieuwe onderbreking van den ont
vanger
Wil je soms met me ruilen
Mijne vrienden, vervolgde de
dokter, de onderbrekingen van d*n
jubilaris zijn de bewijzen van zijn
nooit falende blijmoedigheid en zijn
blijmoedigheid vindt haar oorsprong
in zijn ongeëvenaarde tevredenheid.
Qui suis rebus contentus est buic
maximae ac certissimae divitiae
die tevreden is met zijn eigen lot
bezit de grootste en zoetste rijkdom
Men zoekt naar den steen der wijzen
weet ge wat de wsre steen der
wijzen is Dat is de tevredenheid 1
En tevredenheid gemengd met blij
moedigheid verlengen het leven en
geven smaak aan de spijzen. Daarom,
mijne vrienden, wil ik hier den wensch
uitspreken, dat het onzen vriend van
Melle, de oudste in jaren, maar vsn
harte de jeugdigste van het heele
gezelschap, gegeven moge zijn nog
een reeks van jaren ons met zijn op-
gewekten humor te verheugen en 'k
noodig u uit met mij uwe glazen te
ledigen op de gezondheid, de blij
moedigheid en de tevredenheid van
BaarnSoest.
Wie met het gezicht naar het
paleis Soestdijk staat, ziet, dat er
onmiddellijk aan zijn linkerzijde een
watertje ligt. Dat is de Praamgracht
en deze vormt de scheiding tusschen
de gemeenten Soest en Baarn. Het
paleis ligt aan den Baarnschen kant,
maar het tegenover het paleis ge
legen hotel Trier hoort tot Soest.
De Praamgracht loopt tusschen beide
gebouw en door.
Tusschen het paleis Soestdijk en
de woonwijk van Baarn liggen uit
gestrekte, zéér mooie bosschen,
welke des zomers vrij druk worden
bezocht. Men moet echter over enkele
kilometers weg door deze bosschen
heen om in de woonwijken van Baarn
te komen. Tot de woongemeenschap
van deze gemeente hoort het paleis
Soestdijk dus niet.
Het paleis maakt practisch deel
uit van het dorp Soestdijk, dat mét
de dorpen Soest-kom en Soesterberg
tot de gemeente Soest behoort. Wie
dan ook 't paleis willen gaan bezien,
dienen hun schreden te richten naar
Soest, meer precies gezegdnaar
het dorp Soestdijk, en niet naar
Baarn.
Wglen Koningin Emma, die vóór
JulianaBernard het paleis Soestdijk
bewoonde, bezocht des Zondags vrg
regelmatig de Hervormde Kerk in
Soest-kom.
Geboorte-journalistiek.
Het is een mooie onderscheiding,
maar overigens een moeilijk werk,
om een koninklijke geboorte journa
listiek te „verslaan". Denken we eens
aan de vele buitenlandsche journa
listen, die dagenlang in hotel-Trier
te Soestdijk hebben gebivakkeerd en
de tientallen Nederl. dagbladrepor
ters, die hun kwartier hadden in het
Bad-Hotel te Baarn. Wat viel er
voor hen practisch uit te richten
Ze moeten wachten op „het" nieuws,
zooals ieder ander er op moest wach
ten, hoogstens een minuut eerder
wisten ze „het" dan anderen.
Hun tijd moesten ze korten met
het aftasten van de „sfeer" in en
rond het paleis, het uitvragen van
het personeel naar de gasten, het
komen en gaan van de doktoren en
de verpleegsters. Daarvan vertellen
ze dan wat in bun correspondenties
welke worden aangevuld met 'n
„noot", een anecdote. En verder is
het'n beetje sabbelen op den jour-
I nalistieken duim.
Toen Juliaantje geboren zou wor
den, maakte schrijver dezer regelen
deel uit van een ploeg pennevoerders,
welke een kamer van het paleis aan
het Noordeinde in Den Haag als
„wachtlokaal" had toegewezen ge
kregen. Al was er voor ons niet veel
te doen, de spanning was er niet
minder om. Het bericht, dat twee
geneesheeren bij H. M. de Koningin
in consult waren getreden, was de
discrete aanduiding v?an wat te ge
beuren stond. Zes en dertig uur
hebben de meesten onzer op hun
wachtpost doorgebracht.
Er was zorg onder ons, zooals er
toen reeds zorg was in het geheele
land. Reeds meerdere malen in het
huwelijksleven van H. M. was een
hoopvolle verwachting in een teleur
stelling omgeslagen.
't Is te begrijpen, hoe dubbel ver
heugend daarom de tijding was,
omstreeks 7 uur in den ochtend van
30 April 1909, dat een prinses was
geboren en dat moeder en kind het
wél maakteD.
Er was nog geen radio in die
dagen, zoodat de nieuwsbladen voor
verspreiding van de heuglijke tijding
moesten zorg dragen. Op elk kran
tenbureau lagen twee groote stapels
Oranjebulletins gereed, de eene te
verepreiden bg de geboorte van een
prins, de andere bij die van een
prinses.
Zelfs de namen, welke het prinse
lijk kind bg de geboorte zou ont
vangen, stonden er al op vermeld.
Auto's snorden weldra door alle
plaatsen van ons landbundels
billetten werden overal uitgeworpen
en over de straten verspreid. In
korte tijd was onze Nederlandsche
bodem bezaaid met deze Oranje-
papiertjes.
Het is ergens gebeurd, dat de
verspreiders in hun haast verkeerde
pakken meenamen en aldus van de
geboorte van een prins kond deden
Elk jaar 'n prinsje
Ik bleef dien dag van 30 April
in Den Haag. In zulke omstandig
heid kan men nergens beter wezen,
want als het Oranje betreft, dan
kan het „daftige Hègje" losraken
Op dien 30 April viel alle verschil
van rang en stand weg en heel de
bevolking was een hossende massa.
Ja, dan is er echte vreugde en jolijt
in Den Haag. Het volk werd niet
moede van te juichen voor het paleis
Noordeinde.
Tegen 10 uur 's ochtends reed
Prins Hendrik uit naar het Depar
tement van Binnenlandsche Zaken,
waar hij meen ik formeel
mededeeling ging doen van de heu
gelijke gebeurtenis. Het volk spande
de paarden van het rijtuig en trok
hetzelve naar de bestemde plaats.
Maar achter 't rijtuig „haakte" de
massa „aan". De voorsten hielden 't
rijtuig van achteren vast en de
overigen klemden zich aan eikaars
schouders. En zóó ging het voor
waarts, hossende en zingende „Elk
jaar 'n prinsie, elk jaar 'n prinsie,
ó-ó-ohwat is dat lé-é-ven sjeun
Het was op de wijze van het in die
dagen populaire lied „Susanna."
En Prins Hendrik deed, wat een
gelukkige vader slechts te doen
overblijft bij zulke huldiging hg
glimlachte beminnelijk. Trouwens,
prins Hendrik kon zoo iets ik
bedoelzoo'n vroolijkheidje wel
hebben
Toen de Koningin
geboren werd.
Zeker, de geboorte van de Konin
gin dateert van vóór mijn tijd, maar
uit mijn jeugd herinner ik me toch,
hoezeer dat feit ons volk toen had
Die snijdende Noordenwind is oorzaak
dat menschen met zwakke luchtpij
pen dadelijk gaan hoesten. Past op,
grijpt nog heden in, want ge staat
meer dan anderen bloot aan een
chronische bronchitis, die lang duurt
Verzorg U daarom dadelijk met het voor
U aangewezen middel, de nieuwe verstèrkte
I Abdijsiroop. Dat is een natuurlijk kruiden
middel en werkt zacht en grondig op Uw
aangedane slijmvliezen. Bovendien is in de
nieuwe Abdijsiroop nu nog toegevoegd de
krachtig hoest-bedwingende stof codeïne,
welke uiterst snel en verrassend Uw hoest
verdrijft en Uw bronchitis tot staan brengt.
Terecht noemt men thans Akker's Abdij
siroop om zijn bijzondere samenstelling
s Werelds béste Hoest-siroop", want de
werking bü Hoest. Griep, Bronchitis. Asth
ma is werkelijk verbazing-wekkend, dat
zult U bij de aanwending ondervinden.
AKKER 's verstèrkte
Flac. 90 ct., f 1.50, f 2.40, f 4.20. Overal verkrijgbaar.
Hoe grooter flacon, hoe voordccliger het gebruik.
onzen jubilaris 1 Hij leve lang Hang
lang
Dokier Delmotte, die in het mid
den der tafel zat tegenover den ont
vanger, stiet met dezen hel eerst aan.
De oude heer fluisterde schalks in
zijn wijnzaligheid over de tafel heen 1
tot den spreker
Als ge 't recept voor de blij
moedigheid wilt hebben, kom dan
maar bij mij, Alfred. Ik geloof dat ik
je kan helpen
Waarachtig, ik geloof het ook!
Lustig werden deze woorden geuit
door den dokter, die daarbij de
oogen naar Netje richtte, welke wat
verderop aan de overzijde der tafel
zat naast dokter Welborn. Ze kreeg
een k'eur, want zij had de tusschen
haar vader en Alfred gewisselde
woorden verstaan.
Wat zeggen ze vroeg Soledad,
die schuin tegenover Netje zat naast
den zoon van den burgemeester.
De oude ontvanger gaf het ant-1
woord in de plaats van zijn dochter
Ik heb tegen je papa gezegd,
dat hij een oogje op je moet Houden!
Dat je anders wel eens met Louis
zoudt kunnen wegloopen, om in
Indië petroleum te gaan boren 1
j Geen nood, oome ontvanger!
Louis weet wel wie hij liever mee
neemt 1 Ik zal op een andere kans
moeten wachten 1
j Nou, er zal nog wel eens een
andere ingenieur voor je komen,
juffer Soldaat, zooals de Klsproos
zou zeggen 1
Nu was het de beurt aan Soledad
om te kleuren, want de woorden
van den ouden heer doelden op
Lucien Descamps, die weldra zijn
ingenieursexamen zou doen en van
wien men veronderstelde, dat hij een
oo^je had op de rijke erfdochter.
Louis, de zoon van den burge
meester. had kort geleden een Ban
s'elling gekregen als mijningenieur
bii een petroleum maatschappij in
Indië. Hij ^'as met toestemming zijner
ouders geëngageerd en zou nog voor
zijn verirek in het huwelijk treden.
Tingl Ting 1 klonk het tegen het
glas van den jubilaris, die opgestaan
was om den toast van dok Ier Del
moite te beantwoorden.
Hooggeachte dischgenooten 1
Laat ik u allen hartelijk dank
zeggen, voor uwe zoojuist geuite
heilwenschen Na den heer pastoor
en den burgemeester wil ik vooral
den vorigen spreker bedanken, die
U tot dien heildronk aangezet en
daarbij snaren aangeraakt heeft, wier
toonen in mijn binnenste een teeren
weerklank gevonden hebben, Alfred
Delmotte heeft gesproken over de
vriendschap, die mij met zijn ouders
verbonden heeftik van mijn kant
bem er trotsch op, dat die vriend
schap is overgeërfd op den zoon,
dien wij allen zoo hoogachten. Hij
heeft mij zoojuist een beetje geki'teld
met zijn uitlatingen over tevreden J
heid en blijmoedigheid.
Ik verlang ech'er volstrekt geen
beslag te legden op hel monopolie
van die hoedanigheden, want, mijn
waarde vrienden, die liggen werkelijk
voor iedereen te grabbel, als we
maar de moeite willen doen er de
hand naar uit te steken en er gebruik
vaa te maken Er zijn echter men
schen, die er geen oog of geen oor
voor hebben en ze niet vinden kun
nen En toch zijn die twee hoe
danigheden zoozeer noodig, Diegene
die geen tevredenheid kent, kan nooit
een gemakkelijken stoel vinden en
aangegrepen. Het voortbestaan van
het Huis van Oranje hing geheel af
van de vraag of het huwelijk van
koning Willem III met koningin
Emma, al of niet met 'n kind of
kinderen zou worden gezegend.
Nog jaren na de geboorte van de
huidige Koningin zong men de
vreugde van '80 uit. Men zong van
de klokken, welke de heug'lijke
tijding hadden gebracht
De klokken van onzen toren
Ze klonken zoo luid
Ze klonken zoo zwaar
Er was een prinsesje geboren,
't Ging op de wijze van de „Zilveren
vloot."
Bim-bam, bira-bam
Wie op de wereld kwam,
't Was een prinsesje klein,
Welke later Koningin zal zijn.
Weet je wat mijn vader
Nu dadelijk deed
Hij ging van de rolderdefcolder
De trap op en stak
Fluks de vlag uit het luik,
Het luik, bovenop den zolder!
Flip-flap, flip-flap
Zoo wapperde de vlag
Ach menschen, kijk eens gauw (Bis)
't Is feest, 't is feest
Rood wit en blauw
L'histoire se repète. De geschie
denis herhaalt zich.
De directies verdedigen het.
Geen sneeuwbalsysteem
Natuurlijk heeft het stelsel
voordeden.
Wegen deze tegen de
nadeelen op
Zijn de hypotheken „renteloos
en opzegbaar V*
Over hetgeen ik in een vorig
artikel opgemerkte inzake het sys
teem der Bouwkassen moge men
oordeelen zooals men wil, één ver
dienste zal mijn bijdrage niet ont
zegd kunnen worden, n.l. dat ik
middels de pers, de publieke belang
stelling heb gecontreerd op een
finantieel-economische actie ten on
zent, welke zich de laatste jaren
zeer sterk heeft ontwikkeld en een
belangrijke factor wordt (dreigt te
worden in onze maatschappelijke
die de blijmoedigheid mist zal aan
den kostelijksten wijn een bitteren
bijsmaak proeven.
Vele menschen hebben de ge
woonte. wanneer ze uitgaan hun
rookgerei in hun zak te steken; dat
is heel goed, want daar kunnen ze
plezier van hebben. Maar nog veel
noodiger als dat rookgerei, is het een
goede dosis tevredenheid en een
buil'vol blijmoedigheid mee te nemen
Kun je er nog een prise leutigheid
bij doen, des te beter, 't is mij wel
eens overkomen misschien zult
ge 't niet gelooven, dat ik 's avonds
op mijn pintje was gegaan en ver
geten had mijn goed humeur mee te
brengen. Dan heb ik daar in den
Duiventros zitten suffen en waar
schijnlijk de andere gasten ook nog
verveeld, zoodat zelfs de Klaproos
met haar leute de plooien niet uit
mijn voorhoofd heeft kunnen weg
strijken. Gelukkig kreeg ik altijd
spoedig in de gaten wat mij scheelde
en meestal kon ik ma genezen door
nog eens diep in mijn zakken te
foemelen of er niet toch nog iets
van mijn goeje luim in achter
gebleven was. Als ik het heelemaal
niet meer kon vinden. ging ik over
tot het laatste hulpmiddel en bestelde
een flesch ouden wijn. Dat recept
is patent, dat helpt nog beter als
ricinusolie. Ja. mijn vrienden, wij
zelf kunnen er veel toe bijdragen,
dat er zoo weinig donkere dagen als
maar eenigszins mogelijk in onzen
levenskalender voorkomen.
Wordt vervolgd.