3. VASTEN MET HOLLE BOLLE GIJS Drs. Huub Schumacher pr Heb je wel gehoord van die hollebolle wagen waar die hollebolle Gijs in zat. Die kon slokken grote brokken een koe en een kalf en een heel paard half een os en een stier en zeven tonnen bier een schuit vol schapen en nog kon hollebolle Gijs van de honger niet slapen. Ik kwam hollebolle Gijs tegen in de buurt van het sprookjesbos van de Efteling. Gijs doet zijn naam eer aan. Z’n hoofd is echt super bol. We hebben een tijdje bij elkaar gestaan. We zeiden niet veel. Eigenlijk niets. Het enige wat Gijs ’inbracht', waren boven staande woorden, en die waren niet eens van hem, maar gingen over hem. Terwijl ik ze op 'n kladje stond over te schrijven, propte intussen een kind de zoveelste prop papier in hollebolle Gijs z’n bolle holle mond. Meer gebeurde er eigenlijk niet, van zijn kant dan...Ik maakte wel iets mee. Het moet gekomen zijn door die twee laatste regels van hierboven: 'en nog kon hollebolle Gijs van de honger niet slapen'. Ik zei: 'Hee, Gijs, jij, met heel je overvloed aan eten, jij moet toch een diepongelukkig mens zijn. Dat kan niet anders. Je zou van de honger niet kunnen slapen! Dat gun je je hond nog niet. Gijs zei niets. Ik keek hem in zijn holle bolle ogen., en - ik kan me natuurlijk vergissen - maar ik dacht er iets in te kunnen lezen als: 'het zou wel eens kunnen dat dat d'n dieje uit jullie christelijk sprookjesboek gelijk heeft als je hem direct aan het begin van de vasten hoort zeggen dat de mens leeft van meer dan brood alleen.Met een blik van verstandhouding namen we afscheid. Hij had me toch een beetje op het vastenspoor gezet, die hollebolle Gijs.

Oirlo's dorpsblad 't Krèntje | 2001 | | pagina 3