3 22 OKTOBER WERELDMISSIEDAG 1995 ODE AAN BROEDER JAN Broeder Jan was amper vier en twintig, nog jong en even groen als hollands gras, wilde destijds eigenlijk best priester worden maar hij was, zo bleek al snel, de domste van de hele klas. En zodoende werd ie broeder, geen gewijde pater die gedag zei toen ie naar de Kongo ging; van de Kempen naar die verre hete landen liet ie lachend achter waar ie zo aan hing, maar hij had een paar gezonde boerenhanden en hij was gesneden uit het goede hout en broeder Jan, zo was wel zeker, die bezat een hart van goud. Broeder Jan die sjouwde zich te barsten vol van ijver, droeg de hitte van de dag bouwde scholen, huizen, sloeg er waterputten allemaal ter liefde Gods en hij deed het met een lach; hij was boer en dokter, architect en bouwer ondertussen leert hij hen ‘t alfabeth en pas daarna, heeft hij, op hun vele vragen een kruis voor hen en kerk neergezet, want hij had een paar gezonde boerenhanden en hij was gesneden uit het goede hout en broeder Jan, zo was wel zeker, die bezat een hart van goud. Broeder Jan bleef bij zijn Kongolezen; Loemoemba kwam en Jan kreeg zijn konge, malaria en aangetaste nieren toen ie wegging kreeg hij echt niks anders voor zich mee; hij werd opgenomen’en pas maanden later mocht hij lopen, in ‘t weekend soms naar huis en dan vragen eigentijdse dorpsgenoten progressief en ander kwasi-links gespuis: Wat heb jij ginds met je vrome rechtse handen in de Kongo aan ontwikkeling gedaan en broeder Jan komt oud versleten mooi voor aap te staan Maar jij had gewoon gezonde boerenhanden en al ben je moe en veel te vroeg al oud, je hart heeft altijd goed gezeten uiterst links en 't was van goud!

Oirlo's dorpsblad 't Krèntje | 1995 | | pagina 3