3
22 OKTOBER WERELDMISSIEDAG 1995
ODE AAN BROEDER JAN
Broeder Jan was amper vier en twintig,
nog jong en even groen als hollands gras,
wilde destijds eigenlijk best priester worden
maar hij was, zo bleek al snel,
de domste van de hele klas.
En zodoende werd ie broeder, geen gewijde pater
die gedag zei toen ie naar de Kongo ging;
van de Kempen naar die verre hete landen
liet ie lachend achter waar ie zo aan hing,
maar hij had een paar gezonde boerenhanden
en hij was gesneden uit het goede hout
en broeder Jan, zo was wel zeker,
die bezat een hart van goud.
Broeder Jan die sjouwde zich te barsten
vol van ijver, droeg de hitte van de dag
bouwde scholen, huizen, sloeg er waterputten
allemaal ter liefde Gods
en hij deed het met een lach;
hij was boer en dokter, architect en bouwer
ondertussen leert hij hen ‘t alfabeth
en pas daarna, heeft hij, op hun vele vragen
een kruis voor hen en kerk neergezet,
want hij had een paar gezonde boerenhanden
en hij was gesneden uit het goede hout
en broeder Jan, zo was wel zeker,
die bezat een hart van goud.
Broeder Jan bleef bij zijn Kongolezen;
Loemoemba kwam en Jan kreeg zijn konge,
malaria en aangetaste nieren
toen ie wegging kreeg hij echt
niks anders voor zich mee;
hij werd opgenomen’en pas maanden later
mocht hij lopen, in ‘t weekend soms naar huis
en dan vragen eigentijdse dorpsgenoten
progressief en ander kwasi-links gespuis:
Wat heb jij ginds met je vrome rechtse handen
in de Kongo aan ontwikkeling gedaan
en broeder Jan komt oud versleten
mooi voor aap te staan
Maar jij had gewoon gezonde boerenhanden
en al ben je moe en veel te vroeg al oud,
je hart heeft altijd goed gezeten
uiterst links en 't was van goud!