De natuur in met meester Joof deel 7
17
Deze belevenis deed mij sterk denken aan een ander voorval enkele jaren eerder in
Spanje. Ik werkte toen in de campingwinkel van de camping waar we met onze
familie al jaren kwamen. Op een vrije dag liep ik met Ton naar het strand. Nu moet u
weten dat er voor het strand een breed moeras lag waar de plaatselijke bevolking
nog wel eens koeien lieten grazen. In de zomer droogde het ieder jaar weer uit. Dat
was ook nu het geval en het laatste water kwam samen in een 20 vierkante meter
grote plas. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat alle visjes gedwongen werden
naar dat laatste water te gaan. Dat hadden de plaatselijke adderringslangen ook in
de gaten en ik zag af en toe een slangenkopje uit het modderwater omhoog komen
om adem te halen. Mijn jacht instinct werd meteen opgewekt en dacht er een te
vangen om een mooie foto te maken. Ik vertelde Ton hoe ik een slang zou vangen. Ik
zou wachten tot ik weer een kopje zag, dan het water inspringen en vervolgens met
een flinke zwaai door het water de slang op het droge slingeren en dan een mooie
foto nemen. Zo gezegd en zo gedaan. In mijn jachtdrift had ik absoluut niet in de
gaten waar Ton zich bevond. Toen ik dan ook een kopje zag en ik met een ferme
zwaai de slang uit het water slingerde, klonk er een vreselijke gil en ik zag Ton zich
diep bukken terwijl de 1 meter lange slang net over haar rug aan de andere kant van
het pad weer in de plas viel. U begrijpt dat ik terecht de wind van voor kreeg. Geen
mooie foto en een heel boze vriendin. Het heeft de hele dag geduurd voor ik het
weer een beetje goed had kunnen maken. U merkt dat het niet altijd mee valt om met
een natuurfreak samen te leven.
Het was in 1980 en wij woonden nog maar kort in Oostrum. Op een mooie
zondagmorgen besloten mijn vrouw en ik om een wandelingetje te maken rond het
Geijsters ven. We stonden aan de rand van het ven toen ik een flink gat in een boom
zag. Dat prikkelde natuurlijk mijn nieuwsgierigheid, dus probeerde ik in het gat te
kijken. Ik zag iets bruins maar het was nog in de tijd van zondagse kleren dus mijn
vrouw Ton waarschuwde mij om mijn kleding schoon te houden. Zo wist ik nog niet
wat zich in het gat bevond, dus ik vroeg of zij in het gat wilde kijken als ik haar op zou
tillen. Zo zou de kleding schoon blijven. Zo gezegd zo gedaan. Ik tilde Ton hoog in de
lucht en op het moment dat zij in het gat keek vloog er een flinke boze bosuil uit. Ton
duwde zich met geweld van de boom weg terwijl zij een ijselijke kreet slaakte. De uil
scheerde rakelings langs haar hoofd en ik kon met de grootst mogelijke moeite ons
evenwicht bewaren. Ik kan U vertellen dat mijn Ton toen toch wel vreselijk boos op
mij was, terwijl ik vond dat het een heel evenwichtskunststuk was om onze kleding
schoon te houden.