De Natuur in met “Meester” Joof Teeuwen
OW column deel 6 Gallen
12
Daar ontstaan boven aan de wortel vaker grote bruine gezwellen soms een, maar
vaker met meer bijeen. In de gal leven veel wespenlarven in ronde kamertjes. De
uitgekomen wespen ruiken sterk naar citronellaolie. Op de eindknoppen van de
takken vind je in sommige jaren veel ananasgallen. Het is een gal die door schubben
omgeven wordt en lijkt daardoor op een mini ananas. De binnengal laat na een tijdje
los en wordt soms naar buiten geschoten en valt dan op de bodem waar de larve
zich verder ontwikkelt en uitgroeit tot een klein galwespje. Soms is de grond onder de
bomen vergeven van de aardappelgallen. Deze wat zachte gallen zitten vol met
harde kamertjes vol met witte galwesplarfjes. Nadat de wespjes zijn uitgevlogen
blijven de aardappeltjes nog lang aan de boom hangen. Het komt voor dat de lege
aardappelgallen weer door mugjes worden bewoond. Onder de bladeren kunnen
vaak besgallen, knoopgallen en lensgalletjes worden aangetroffen. Allen door
verschillende organismen gevormd. Vooral de nazomer en de herfst zijn geschikte
tijden om naar de gallen te zoeken, al kunnen ze het hele jaar gevonden worden. Ik
heb het verhaal natuurlijk wat te optimistisch voorgesteld, want er zijn altijd kapers op
de kust die van die meesterlijke truc willen profiteren. Het zijn vaak soorten van de
zelfde familie die mee profiteren.
Stel je eens voor dat je met een injectie spuit met een chemisch middel, een boom
injecteert. De boom gaat vervolgens reageren op dit middel door een vergroeiing. Uit
die boom groeit een compleet huis, geïsoleerd, beveiligd en voorzien van een
voorraad voedsel. Mooi sprookje Joof zult U zeggen. Toch is dat precies wat
bepaalde sluipwespjes, mijten, luizen, tripsen en kevers doen. Zij leggen er een eitje
of meer eitjes bij en er groeit een huisje vol voedsel uit dat door de larven wordt
opgegeten, waarna de behuizing wordt verlaten. Verder veroorzaken ook schimmels
en bacteriën gallen. Zij veroorzaken vaker ziekten onder hun gastheren. Denk hierbij
aan bacterievuur in meidoorn. Al die galveroorzakers gebruiken veelal ieder hun
eigen soort plant waar zij de gal veroorzaken. Elke soort heeft zo zijn eigen vorm.
Sommige soorten galvormers leggen een eitje op de wortels en daaruit ontstaat de
vergroeiing. Maar het kan ook op de tak of op de bladnerf of op de eindknop of
bladrand zijn. De variaties zijn oneindig. Laten wij ons eens beperken tot onze eiken.